23 oktober 2019

Zet Odulphus een trend met aparte havo?

TILBURG | ACHTERGROND | Van oudsher is het St. Odulphus in Tilburg een lyceum met havo, atheneum en gymnasium. Met ingang van het schooljaar 2014 – 2015 wil de schoolleiding de havo nadrukkelijker profileren als een zelfstandige onderwijssoort.

Rector Delianne Hoekstra en conrector Jan Beesems leggen in het Brabants Dagblad (13 december 2012) uit dat de havo als schoolsoort te lang in de schaduw heeft gestaan van het vwo. In vaktermen wordt dat wel omschreven als het theezakjesmodel. Het programma van de havo is een slap aftreksel van dat van het vwo. En vmbo-t is weer een verwaterd model van de havo.

De havo-leerling is gebaat bij een opleiding met een eigen statuur en karakter. En liefst ook een eigen gebouw. Het Odulphus heeft zijn oog laten vallen op een voormalig schoolgebouw nabij de huidige locatie van de school om er de havo in te huisvesten. Conrector Beesems daarover tegenover verslaggeefster Joke Knoop: “Havo-leerlingen willen gezien en erkend worden om wie ze zijn. Ze zijn gevoelig voor sfeer en omgeving. Een eigen gebouw als een havo-afdeling versterkt het gevoel van eigenwaarde en het geloof in eigen kunnen. Niet langer gewogen worden en te licht bevonden. Niet langer een vwo-min-variant, maar een havoplusgemeenschap.”

Op het Odulphuslyceum (een OMO-school) zitten bijna 1300 leerlingen, waarvan ongeveer tweederde op het vwo. Dat heeft als effect dat de onderwijskundige aanpak op de havo sterk lijkt op die van het vwo. Dat wil zeggen dat het onderwijs een zekere mate van abstractie heeft en dat rijmt niet goed met de meer praktisch ingestelde havist.

Minder gemotiveerd
Het is algemeen bekend dat havisten minder gemotiveerd naar school gaan dan andere leerlingen. De slagingspercentages liggen landelijk ook altijd een paar procentpunten lager dan die van het vwo. In 2011 lag het percentage op de havo op 85% en op het vwo op 89%. Op de havo blijven ook relatief veel leerlingen zitten, vooral in de vierde klas.
Onderzoek van het (voormalige) instituut IVA uit 2008 bevestigt dat beeld. In het rapport wordt onder meer de aanbeveling gedaan om een eigen onderwijsmethode met een eigen didactiek en een aangepaste versie van de Tweede Fase te ontwikkelen, waarin het mogelijk is om havo-leerlingen stapsgewijs te laten wennen aan meer zelfstandigheid.

Een aantal scholen met een havo-afdeling zijn daar al vanaf 2005 mee bezig. Het oogmerk is enerzijds de motivatieproblemen tegen te gaan en anderzijds om de kloof met het hbo te verkleinen. De leerlingen worden beter voorbereid op een hbo-studie door gericht te werken aan de studievaardigheden. Het project kreeg de naam: ‘Havisten Competent naar het hbo’. Een van de deelnemende scholen was het Cambreur College in Dongen. Uit recent onderzoek blijkt dat leerlingen die deze aanpak hebben gevolgd beter beslagen ten ijs komen in het hbo.

Zesjarige havo
Er zijn nog andere bewegingen zichtbaar aan het havo-front. Het Merletcollege in Cuijk biedt het de mogelijkheid om een ‘zesjarige’ havo te volgen. Volgens de Wet op het voortgezet onderwijs is de havo een vijfjarige opleiding. Strikt genomen is een zesjarige havo niet mogelijk. Wat het Merletcollege aanbiedt is een combinatie van vier jaar vmbo-t (mavo) en het vierde en vijfde leerjaar van de havo. Door deze route onderwijskundig als een havo in te richten ontstaat de facto een zesjarige havo.

En het mbo zit ook niet stil. Coen Free, voorzitter van het Koning Willem I College, vindt dat de havo als schoolsoort maar beter opgedoekt kan worden. Voor leerlingen die later aan een hogeschool gaan studeren is een mbo-opleiding volgens Free een veel betere voorbereiding.

Een aparte havo is tegenwoordig overigens uitzonderlijk. In de vorige eeuw waren er hier en daar nog zelfstandige havo’s zoals het Bracbant in Boxtel. Deze school is tien jaar geleden gefuseerd met het Jacob-Roelandslyceum. Een snelle scan van de databank van de Onderwijsinspectie leert dat er nog twee aparte havo’s zijn. Havo Notre Dame des Anges (Ubbergen) en Trevianum (Sittard)

Deel dit artikel