14 oktober 2019

Heel goed onderwijs. Op heel goede scholen! Van heel goede leraren!

Beroep: Onderwijs | Aflevering 3.29

COLUMN | Ik ben van 1952, geboren in Tilburg-zuid (Trouwlaan). Mijn vader werkte in de fabriek* en bij ons thuis heerste een ijzeren vooruitgangsgeloof (nog sterker dan het katholicisme waarmee we ook opgevoed werden): je moet zo hoog mogelijk doorleren, dan kom je goed terecht.

Ik ‘kon goed leren’, zoals dat toen heette en ik mocht na de lagere school naar de HBS. Als enige van de zesde klas van de jongensschool van meester Van Ham aan de Trouwlaan. De anderen gingen naar de ambachtsschool, nét voor die werd omgedoopt tot lts. Ik had er geen idee van wat ze daar leerden. Op de HBS stak mijn ouderlijk milieu pover af bij de fabrikanten- advocaten- en specialistenkinderen die bij mij in de klas zaten en ik vond dat zelf ook wel gênant, maar qua leren deed ik niet voor hen onder.

En – ben ik goed terecht gekomen?
Ja hoor, best wel. Twintig jaar lesgeven en nu al weer tien jaar stafmedewerker. Leuk en dankbaar werk en goed betaald bovendien. En je krijgt er geen vuile handen van of een versleten rug, wat veel van mijn lagereschool-genoten wel overkwam. Dus?

Afgelopen donderdag hield onderwijsjournaliste Anja Vink een lezing onder de titel ‘de toekomst van het vmbo’. Ik zat erbij en keek ernaar en dacht er het mijne van: dat er minder veranderd was dan je misschien zou denken, in 60 jaar. Nog steeds worden de kinderen in Nederland op hun twaalfde geselecteerd op grond van hun IQ en nog steeds loopt door het voortgezet onderwijs een diepe kloof: aan de ene kant havo/vwo, aan de andere kant vmbo.

In de tussentijd hebben we dus de kans gemist om dit meedogenloze mechanisme te ontscherpen, bijvoorbeeld door de middenschool op te richten. Er zijn natuurlijk wel wat bruggen geslagen (via vmbo-tl kun je alsnog naar de havo, met mbo-4 kun je naar hbo), maar er is ook een extra dimensie toegevoegd aan de tweedeling: in de Randstad is de vmbo-schoolbevolking bijna geheel allochtoon.

Als provinciaal leunde ik na deze observatie van Vink al tevreden achterover, toen zij er gauw aan toevoegde dat deze trend ook in de provincie zou doorzetten. Ik denk dat ze gelijk heeft, als ik naar de vmbo-scholen kijk waar ik weleens kom. Dus?

De oplossing waar Vink heil van verwacht is regionalisering: stem het beroepsonderwijs  goed af op de regio, qua economische activiteit, qua bedrijfsleven, qua werkgelegenheid. Dan hebben die vmbo-kinderen een kans. Hm. In de auto terug viel me iets anders in, iets vergelijkbaars maar van bredere strekking: onze inspanning moet er op gericht zijn om spectaculair goed vmbo-onderwijs te realiseren. Heel goed onderwijs. Op heel goede scholen! Van heel goede leraren! Dan komt er van al die kinderen heus wel wat terecht.
Maar hoe doen we dat?
(wordt vervolgd)
Gerard Sanberg

*) Als ik dat zo opschrijf, ‘mijn vader werkte in de fabriek’, dan is het net alsof ik het over iemand anders heb. Niks mijn vader werkte in de fabriek. ‘Onze pa’, die werkte in de fabriek!

Vorige aflevering: Eéntje!

Deel dit artikel