21 oktober 2020

Waarom ben ik ooit ergens anders?

Beroep: onderwijs | Aflevering 4.3 

COLUMN | Het dorpje Petra op het eiland Lesbos. Onze landlord Nikos heeft een tuin van anderhalve hectare: Gea Garden. Daar heeft hij vier huisjes op laten bouwen. In één woont hij zelf, de andere drie verhuurt hij aan toeristen. Nu al weer voor het derde jaar aan ons: huisje Tulipa.

Ik zit op het terras van Tulipa en kijk uit over de tuin met bloemen en klaver, over de akker van de buren, de rij bomen ertussenin. In de verte liggen de bergen, aan de andere kant in de verte de zee, onzichtbaar door de rij platanen langs het strand. Musjes klein en fragiel als bloemblaadjes en maar net iets groter dan de bijen die op de klaverhoning azen. Het geluid van krekels in de verte en van de golven die rammelen met de kiezels op het strand.

Vanochtend om acht uur was de zee spiegelglad en ging naadloos over in de lucht aan de horizon. Kleine doorzichtige visjes aan mijn voeten in het water en even later, terwijl ik zwem, schieten die visjes in elegante boogjes door de lucht, vlak voor mijn gezicht. Een meeuw vliegt in kaarsrechte lijn van de havenpier naar het strand, zijn vleugeltips raken niet, nèt niet, elke keer nèt niet, het wateroppervlak. Een kunststukje.
Het antwoord op de vraag uit de titel is niet makkelijk te geven.

Op de foto twee geitenschedels, gevonden in de bergen van Lesbos en meegenomen naar Tilburg als memento mori: net als vakantie is het leven mooi omdat het eindig is.

Deel dit artikel