12 november 2019

Goed voornemen: Het CvB in de gaten houden

Beroep: Onderwijs | Aflevering 4.19

COLUMN | In 1996 ontstonden als bij toverslag (maar in werkelijkheid natuurlijk: bij wet) overal in het land ROC’s. Of dat een heuglijk feit was laat ik hier in het midden, maar in elk geval was het wennen, in de jaren die volgden, want het ontbrak die kersverse instituten niet aan kinderziekten en groeipijntjes. De ROC-vorming was namelijk onderdeel van een ingrijpende decentralisatie: de strenge regie vanuit het ministerie maakte plaats voor grotendeels autonome, regionale instituten, gemodelleerd naar de community colleges in Engeland en de USA. Hoe ging dat aflopen?

Nou, in een aantal gevallen slecht, met als beste voorbeeld Amarantis. Daar hoef ik niet over uit te weiden dus dat doe ik niet, maar dit soort grote rampen was niet het enige: er was en bleef hardnekkige kritiek op het alledaagse functioneren van de ROC’s, ook in het parlement en met name van de PVV. Knarsetandend hoorde het ministerie dit aan: wat te doen?

De oplossing die tenslotte uit de bus kwam was niet: maak de decentralisering ongedaan en haal de regie terug naar Den Haag. Het ministerie besloot dat de controle binnen de ROC’s beter moest. De Colleges van Bestuur die aan het ROC-roer zaten, moesten beter in de gaten worden gehouden worden door de mensen die daar rechtstreeks belang bij hadden: niet alleen dus door de onderwijsinspectie, maar ook door een krachtige, zelfbewuste Raad van Toezicht (bestaand uit regionale belanghebbenden), door de deelnemers (een studentenraad) en door de mensen die er werkten: een Ondernemingsraad.

Dus is sinds 2011 elk ROC verplicht een studentenraad in te stellen, te faciliteren en te bemensen en moet elk ROC sinds die tijd ook beschikken over een heuse Ondernemingsraad. Zo ook het onze – en ik zit erin! Het College van Bestuur kan dus maar beter op zijn tellen passen, want dat doen wij ook – op hun tellen passen!

Deel dit artikel