12 december 2019

Inspectiebezoek op een basisschool: Kritisch en bemoedigend

REPORTAGE | Hoe gaat het in zijn werk als een school beoordeeld wordt? Een dagje meelopen met de onderwijsinspectie. Inspecteur Mieke van Schijndel bracht in het voorjaar van 2014 het onderwijs op basisschool Armhoefse Akker in Tilburg in kaart.

Tekst: Emmanuel Naaijkens   Foto’s: Dolph Cantrijn
___________________________________________

Ze heeft een wat onrustige nacht achter de rug, locatiedirecteur Yolanda van Gageldonk van basisschool Armhoefse Akker in Tilburg. De Onderwijsinspectie brengt deze maandag een regulier bezoek om te beoordelen hoe de school ervoor staat. Ondanks het zelfvertrouwen dat de school uitstraalt is dat spannend. Temeer omdat zich in het kielzog van inspecteur Mieke van Schijndel een journalist bevindt. De inspectie wil graag laten zien hoe zo’n bezoek in zijn werk gaat. En Armhoefse Akker heeft het lef gehad daar ja tegen te zeggen.

8:15 uur
Voorbespreking over het programma: Lesbezoek in vijf klassen, gevolgd door gesprek met het team, de IB’ers (intern begeleiders), locatiedirecteur en algemeen directeur Ad Graumans. De inspecteur heeft vooraf een hele reeks documenten ontvangen, zodat ze al een beeld heeft van de school.

8:30 uur
De inspecteur spreekt het team bemoedigend toe en benadrukt dat het niet de bedoeling is om de school af te rekenen op eventuele tekortkomingen. “Het gaat erom dat het onderwijs waar nodig verbetert. Dat doen we graag in een open dialoog.”

8:35 uur
Leerlingen kijken nieuwsgierig door de ramen van de directiekamer. “Voor hen doen we het”, zegt Van Gageldonk.  Sinds drie jaar is ze directeur en een van de eerste maatregelen was het uitdunnen van het grote aantal projecten. De inspecteur knikt goedkeurend: scholen nemen gemakkelijk teveel hooi op de vork. En er is een managementteam geformeerd zodat de directeur taken kan delegeren. Geen overbodige luxe beseft Van Gageldonk, want als je werk je hobby is ligt overbelasting op de loer. In dit onderzoek is extra aandacht voor sociaal-emotionele aspecten en burgerschap in het onderwijs, want dat is een speerpunt in het overheidsbeleid, licht de inspecteur toe. Bij het beoordelen van de kwaliteit gaat het niet alleen om de harde resultaten, al weet Van Schijndel dat de beeldvorming in de samenleving anders is.

8:50 uur
De kleutergroep staat als eerste op het programma. De inspecteur observeert met een timmermansoog nauwlettend de interactie tussen leerkracht en leerlingen. Ze bekijkt een map met de planning van de leerkracht waarin onder meer staat welke  woordenschat, gerelateerd aan het thema gezondheid,  kinderen moeten opbouwen. Ze trekt een map van een willekeurige leerling uit de kast om te bekijken hoe de ontwikkeling van een kind wordt bijgehouden, welke lijn is uitgezet. En zo verloopt het bezoek in een stevig tempo in groep 3, groep 4/5, groep 7 (spontaan), groep 8 en groep 6. Daar legt de inspecteur haar oor ook te luisteren bij de leerlingen zelf. Ze wil van hen horen of ze zich op hun gemak voelen. En of duidelijk is wat het doel is van de les. Volgens de inspecteur gaat de leeropbrengst omhoog als kinderen weten wat ze gaan leren.”

Inspecteur Mieke van Schijndel in gesprek met enkele leerlingen van Armhoefse Akker in Tilburg. Foto Dolph Cantrijn.

“Ik kijk naar het pedagogisch-didactisch handelen van de leerkracht, vooral naar het omgaan met verschillen tussen leerlingen. Is de leerkracht in staat om te variëren in haar aanpak? Krijgen kinderen die wat meer aankunnen de ruimte om zich te ontwikkelen en krijgen zwakke leerlingen extra ondersteuning? Worden leerlingen voldoende uitgedaagd om me te doen. Ligt de nadruk niet teveel op klassikaal onderricht? Benut de leerkracht de lestijd effectief?”
Over dat laatste zal ze later zeggen dat ze hier en daar lestijd ziet ‘weglekken’. “Dat is te voorkomen met goed klassenmanagement.” Jonge leerkrachten ontberen de ervaring en de inspecteur heeft er begrip voor dat het niet helemaal op rolletjes loopt. Bovendien ziet ze dat het talent er wel is. De inspecteur neemt haar hoed af voor de juf met een combinatieklas. “Dat vind ik dapper. Ze heeft twee groepen leerlingen en binnen elke groep moet ze rekening houden met drie niveaus. Dan moet je wel wat in je mars hebben. Hier zie je goed hoe cruciaal de rol van de leerkracht is.”


‘Wij kijken als inspectie niet alleen naar de cijfers’


12:30 uur

Het gesprek met het team is tijdens de lunch. De directeur is er niet bij, zodat de leerkrachten vrijuit kunnen spreken. “Help me om een foto van jullie school te maken”, houdt de inspecteur hen voor. Een reeks onderwerpen passeert de revue. Zoals de sfeer in het team (‘heel goed’), de collegiale samenwerking, de overlegstructuren, het gevoel van veiligheid, kwaliteitsbewaking en de begeleiding van jonge leerkrachten. Er komen ook zorgpunten naar voren, die de inspecteur zelf ook gesignaleerd had. De leerlingen blijven in de middengroepen achter bij technisch en begrijpend lezen. Opvallend genoeg is deze ‘dip’ in groep 8 weggewerkt: de Citoscores van de school zijn al jaren prima. De inspecteur zoekt naar een verklaring: “Jullie ouders behoren tot de middenklasse, je zou verwachten dat die thuis samen met hun kinderen lezen.” De praktijk is weerbarstiger, leggen leerkrachten uit. Er zijn veel gezinnen waarin beide ouders werken en die komen niet toe aan lezen met hun kinderen. Een enkeling is wat kritisch over de leiding. “Er wordt teveel van bovenaf opgelegd”.

13:45 uur
Het onderhoud met de IB’ers gaat er onder meer over hoe zij de leerkrachten kunnen ondersteunen om het onderwijs op een hoger plan te brengen. Kernpunt zijn de groeps- en handelingsplannen. Dat zijn de routekaarten naar een goed resultaat. De uitdaging voor de IB’ers is eenheid te bewerkstelligen, zodat er een doorlopende leerlijn ontstaat. De inspecteur stimuleert de IB’ers, die nog maar kort die functie uitoefenen: “Ga er lekker tegenaan!”

15:15 uur
De inspecteur gaat met de directeur om de tafel. Ze deelt haar eerste indrukken van die dag. Een van de kernpunten is hoe je als directeur het team tot een hechte eenheid kunt smeden die vanuit dezelfde visie een verdere kwaliteitsverbetering gestalte geeft. Ook nu is houding van de inspecteur die van een betrokken waarnemer die met een positief-kritische blik naar de gang van zaken kijkt.

16.45 uur
Inspecteur Van Schijndel maakt samen met directeur Van Gageldonk en algemeen directeur Ad Graumans de balans op. De spanning is gauw gebroken: Armhoefse Akker doet het goed, is het oordeel. De bovengemiddelde resultaten in groep 8 zijn daarvan een tastbaar bewijs. Er zijn wel ‘kwetsuren’, zoals op het gebied van technisch en begrijpend lezen in de middenbouw.  “Ik heb er vertrouwen in dat het team er in slaagt om het onderwijs te verbeteren”. De inspecteur hamert op het belang van een systematische en doelgerichte aanpak die draait om signaleren, analyseren, verbeteren en evalueren. Deze cyclus is voor elke school de basis voor succes. Ook het geven van collegiale feedback speelt een niet te onderschatten rol in een verbetering van het onderwijs.
Directeur Van Gageldonk is ingenomen met het positieve eindoordeel. “Het is fijn om te horen dat wat we doen gezien wordt door de inspectie. Er is voor ons alle reden om trots te zijn.”

[Dit artikel is eerder gepubliceerd in de Onderwijsbijlage van het Brabants Dagblad en Eindhovens Dagblad]

__________________________________________________________________

Onderzoek inspectie
Elke school krijgt minimaal eenmaal in de vier jaar de inspectie over de vloer. Tot 2007 vonden die onderzoeken vaker plaats, maar toen is het zogeheten risicogericht toezicht ingevoerd. Dat komt er op neer dat de inspectie jaarlijks op basis van de onderwijsresultaten, signalen en wettelijke documenten van de school (zoals het schoolplan en de schoolgids) bekijkt of de kwaliteit van het onderwijs in het gedrang kan raken.
Als dit geen verontrustende beeld geeft dan krijgt de school het oordeel basistoezicht (= voldoende). Scholen waar wat aan de hand lijkt te zijn worden extra in de gaten gehouden. Een belangrijk gegeven zijn de resultaten (opbrengsten), maar er vallen ook andere aspecten, zoals sociaal-emotionele opbrengsten en de kwaliteit van lesgeven, onder het begrip kwaliteit. De rapporten van de Onderwijsinspectie zijn openbaar en worden gepubliceerd op internet.

Deel dit artikel