20 juli 2019

JOB-voorzitter:  ‘Met keuze voor mbo hou je opties open’

Nicky Nijhuis JOB voorzitter

DEN BOSCH | 2015 | Nicky Nijhuis [21] is de nieuwe voorzitter van JOB, de organisatie die opkomt voor de belangen van de studenten in het mbo. Hij volgt een de opleiding op het Koning Willem I College.

Tekst Emmanuel Naaijkens

Nicky Nijhuis is voorzitter van de studentenraad van het Koning Willem I College in Den Bosch en landelijk voorzitter van het JOB. Dat is de organisatie die de mbo-studenten een stem geeft: richting de scholen en de politiek. Als voorzitter is Nicky ambitieus, maar hij beseft dat hij geen gemakkelijke opdracht heeft. Want het is lastig om studenten te mobiliseren.

“Studenten willen graag dingen veranderen. En als je dat vraagt ook actief meedenken. Maar lid worden van de studentenraad van hun instelling, dat is net een stap te ver”, zegt Nicky. Dat komt omdat ze een vertekend beeld hebben van medezeggenschap. “Ze denken dat het moeilijk is en dat je een echte vergadertijger moet zijn. Dat is niet zo. En ze krijgen training en scholing zodat ze in het werk kunnen groeien.”

Volgens de JOB-voorzitter moeten studenten van zich laten horen, alleen dan worden problemen aangepakt. “Er wordt echt naar ons geluisterd door de bestuurders van de instellingen, dat zijn ze ook verplicht. Er moeten bijvoorbeeld met elke studentenraad afspraken gemaakt over de kwaliteit van het onderwijs.” Een sterk wapen is de tweejaarlijkse JOB-monitor, waarin tienduizenden studenten hun (on)tevredenheid uiten over tal van aspecten binnen een instelling. Met de uitkomsten houden de bestuurders van de mbo-scholen terdege rekening.

Nicky geeft een voorbeeld van de invloed van een studentenraad op zijn eigen Koning Willem I College. “Studenten hadden het idee dat er niet altijd serieus naar hun klachten werd gekeken. Toen hebben wij voorgesteld om daar de studentenraad als een soort mediator een rol in te geven. Dat blijkt goed te werken, de student komt in een steviger positie. Het zou geweldig zijn als we dit model ook landelijk kunnen invoeren.”

De meeste studenten in het mbo komen van het vmbo. Een leerling van het vmbo-t (mavo) kan echter ook kiezen voor een overstap naar de havo. Mede op grond van zijn eigen ervaring is de JOB-voorzitter – die zelf kortstondig op de havo zat – positief over de mogelijkheden van het mbo. “Als een jongere na zijn vmbo nog niet weet wat hij wil worden, dan zeggen ouders al gauw: ga maar naar de havo, dan kun je daarna alsnog kiezen. Het voordeel van het mbo is dat je dankzij stages veel ervaring en kennis opdoet en een goed beeld krijgt van een beroep. Als je een mbo-diploma hebt kun je de arbeidsmarkt opgaan, of alsnog verder studeren in het hbo.”

Dat het mbo worstelt met zijn imago, gaat er bij Nijhuis niet in. Hij maakt er liever geen woorden aan vuil want dan maak je het juist tot een probleem. Het JOB is van mening dat we in Nederland, internationaal gezien, een hoogstaande vorm van beroepsonderwijs hebben.Wel zou het geod zijn als er voor kwetsbare jongeren meer maatwerk wordt geboden.

[Gepubliceerd 5 september 2015]

 

Deel dit artikel