27 mei 2018

‘Coitus’? Of toch maar ‘neuken’?

COLUMN | BEROEP: ONDERWIJS | afl. 8.18 | Van de bond moeten we dus over seks praten, in de les. Nou, dat is een aardige opdracht en dat heb ik vaak gedaan, want van de directie van de MTS kreeg ik dezelfde opdracht, in de jaren dat in de media de paniek over AIDS losbarstte. De directie vermoedde dat onze leerlingen zich enthousiast in het seksuele gebeuren stortten, en vond dat ik als docent maatschappijleer ervoor moest zorgen dat zij dat veilig zouden doen.

Nou, praten over seks, ik vond het een interessant onderwerp maar stuitte meteen op een enorme horde: welke termen zou ik in de klas gaan gebruiken? Wordt het (excuseer) kut en lul en neuken, of toch maar vagina, penis en coitus? En zou ik dat allemaal in de les kunnen uitspreken zonder een rooie kop te krijgen, of de slappe lach? Ik bedacht een oplossing die ik nog steeds goed vind, maar die ook een onverwacht gevolg had.

De oplossing was dat ik in elke eerste les over dit onderwerp de klas in groepjes van vier splitste, met als opdracht:

  1. geef zo veel mogelijk synoniemen van: 1. Mannelijk geslachtsorgaan 2. Vrouwelijk geslachtsorgaan 3. Het doen.
  2. Zet er bij welke term je gebruikt in een gesprek – met je ouders – met je vriendin – met je maten in de pauze.

De meeste klassen reageerden best nuchter: gewoon, een opdracht, gaan we doen. En het waren tenslotte techneuten dus ze wilden wel winnen en keken tersluiks naar andere groepjes: hadden die langere rijtjes?

De groep met het langste rijtje mocht dat voorlezen en dat zorgde wel voor wat geginnegap: ‘He gast, meude gij dè wel hardop zeggen van jullie moeder?’ En: ‘He Dick, we hebben jouwe naam er ok mar bijgezet.’ Niet alle groepen overigens, waren op de woorden penis, vagina en coitus gekomen.

Vervolgens alle tafels en stoelen terug op hun plek en een plenair gesprek over waar dat nou van afhing, die keuze voor een bepaald woord. ‘Respect voor degene met wie je praat’: daar kwamen ze zelf mee en dat vonden we allemaal wel in orde.  Daarmee was de les voorbij en borg iedereen z’n aantekeningen weer netjes in zijn map.

Het onverwachte gevolg kwam voor een collega nog diezelfde avond. John, mentor van een klas bouwkunde, tijdens de koffiepauze in de lerarenkamer: ’Ha, jou moet ik hebben! Ik werd gisterenavond gebeld door de moeder van Jeroen en dat ging zo: meneer, u bent toch de mentor van onze Jeroen?  Nou, ik kijk vaak ’s avonds in zijn aantekeningen na wat ze die dag op school hebben behandeld, en ik wil u nu de aantekeningen van maatschappijleer voorlezen want ik ben benieuwd wat u daarvan vindt.’ En vervolgens las ze alle drie de rijtjes helemaal voor, langzaam en duidelijk. John had er niet van terug.

 

 

Deel dit artikel