21 juli 2018

Het onderwijs is geen Titanic

ONDERWIJSPRIJS

Deze column is uitgesproken tijdens de uitreiking van de Prijs voor de Onderwijsjournalistiek in Nieuwspoort Den Haag, woensdag 5 oktober 2011

Column | U zult het misschien niet geloven, maar de Duitsers hebben gevoel voor humor als het over de oorl… over het onderwijs gaat. Daar kunnen wij Nederlanders nog veel van leren. Als bij ons de opiniepagina’s weer eens uitpuilen van de stukken waarin de vloer wordt aangeveegd met de kwaliteit van het onderwijs, dan hijst de Tweede Kamer de stormbal. Een parlementaire commissie krijgt de opdracht de onderste steen boven te halen en het resultaat is een rapport van meer dan duizend pagina’s, de verslagen van de debatten niet meegerekend.

PISA-ALARM. cartoons die de spot drijven met de slechte scores van Duitsland in de Pisascores in 2002.

 

Nee, laten wij een voorbeeld nemen aan de Duitsers. Onze Oosterburen die wij associëren met Gründlichkeit, met Ordnung, met Autorität, met Schwere Wörter, met eindeloze naamvallen, met rijtjes als An, Auf, Hinter, Neben, In, Über, Unter, Vor und Schwischen. Deze degelijke Duitsers steken de draak met hun eigen Unvolkommenheit.
Toen in 2002 Duitsland dramatisch slecht scoorde in de PISA ranglijst, raakte de natie in een heuse shock. Maar niet voor lang! Het antwoord was echter niet een vuistdik rapport bij wijze van zelfkastijding, maar een simpel boekje vol zelfspot [zie foto]. Met enkele tientallen cartoons wordt een hilarisch beeld geschetst van de Staat van het Duitse Onderwijs, want zoals Jan Ligthart al zei: Een beeld zegt meer dan duizend woorden.

Wij zien het onderwijs als de roemruchte Titanic, dat luxe passagiersschip dat ten onderging aan  de grootheidswaanzin van zijn eigenaren. Waar het orkest vrolijk doorspeelde terwijl het schip al volop water maakte. ‘Geen paniek! Er is niets aan de hand! De Titanic kan niet zinken’. Een mooie tot de verbeelding sprekende metafoor voor ons onderwijs: grootschaligheid, domheid, hebzucht, verspilling, arrogantie. Voor de doemdenkers staat vast dat ons onderwijs, net als de Titanic, hoe dan ook naar de kelder gaat. Er is geen ontkomen aan: De ondergang van de leraar, de ondergang van het vmbo, de ondergang van het taal- en rekenonderwijs, de ondergang van …. – keer op keer steekt het rampscenario de kop op.
En die ijsklomp waar de Titanic tegenaan botste is ook al zo’n fantastische metafoor. ‘Fraude in het onderwijs, geweld in het onderwijs, incidenten? Geloof je het zelf? Wat wij zien is nog maar het topje van de ijsberg!’.

Akkoord van Scheveningen
We koésteren dat beeld van de Titanic, van het onderwijs als één groot schip, ook al klopt dat al lang niet meer met de werkelijkheid. Want zoals deze zaal vol deskundigen weet – hopelijk zonder te Googlen – is in 1994 het historische Akkoord van Scheveningen gesloten. Decentralisatie en overdracht van autonomie, dat werd het nieuwe mantra. Het Onderwijschip van Staat ging op de helling, de snijbranders deden hun werk. De Titanic is niet meer.
Het onderwijs is nu een oneindige vloot van schepen in alle soorten en maten, oude roestbakken en moderne jachtkruisers, luxe cruiseschepen en degelijke koopvaardijschepen.

Laten we eens een vlootschouw afnemen van onze VOC, onze Verenigde Onderwijs Compagnie. Daar hebben we bijvoorbeeld de InHolland, waar kapitein Terpstra en zijn bemanning al twitterend met man en macht hozen om te voorkomen dat het schip slagzij maakt. En daar het schip van Stenden, dat deels onder vreemde vlag vaart. Moderne trawlers met exotische namen als Avans en Fontys of Windesheim. En dan die nieuwe mammoettanker met maar liefst drie namen op de boeg: Leiden, Rotterdam en Delft. Pas Harvard, pas op Yale, pas op Oxford! Here we come!

En dan zijn er de werkschepen van het mbo,  de kurk waar onze samenleving op drijft. De trots van de natie, deze jongens en meiden van stavast. Wat we zien zijn eenvoudige vletten, maar ook buitenformaat containerschepen die een deel van de lading verliezen.

Kijk eens naar die kroelende schepen, klein en groot, van het basis- en voortgezet onderwijs. Soms met een bemanning van slechts twee oude zeebonken en scheepshond, maar nog altijd trots en stevig op koers. Of grote oceaanstomers met een kapitein, een eerste, tweede, derde stuurman, een hofmeester, stewards, scheepsarts, koks en scheepsmaatjes.

Het Nieuwe Varen
Er zijn schepen met op de boeg Het Nieuwe Varen, van verre herkenbaar aan de zigzagkoers want het zijn de kinderen die aan het roer staan. Er zijn de kapiteins die zweren bij de eeuwenoude sextant om de koers te bepalen. Anderen geloven heilig in de zegeningen van de ict en houden hun blik onophoudelijk gericht op buienradar.nl Ergens bevinden zich de opleidingsschepen waar ZIO’s (zeelieden-in-opleiding) aan dek hun competenties afvinken en reflecteren op hun reflecties.

Tja, en dan hebben we nog de inspectie. Vroeger kwamen de inspecteurs als loodsen aan boord om de schepen veilig door een gevaarlijke vaargeul te leiden. Nu bemannen ze snelle fregatten met heuse boordwapens en zitten ze de achterblijvers, heel risicogericht, op de huid. Als een schot voor de boeg geen effect heeft volgt onverbiddelijk de lancering van een torpedo: dat is nog eens wat je noemt opbrengstgericht werken!

Piraten, die hebben we ook. Nee, niet die lui van Beter Onderwijs Nederland. Die maken à la Greenpeace in hun rubberbootjes het leven van menig kapitein zuur. Eventjes nog maar, want stilletjes worden de BONNERS opgenomen in de ooit zo gesloten Bond van Zeelieden.
Nee, de echte zeerovers zitten op de Isaac Beeckman, met niemand minder dan Alexander Pechtold in het kraaiennest en een bemanning met een hoog D66-gehalte. Die desnoods een katholieke denominatie in Friesland kapen om een school te kunnen stichten.

Ark van Noach
En ergens in het midden van de waterplas dobbert zowaar de Ark van Noach, met aan boord de christelijke en katholieke besturenraden. Voorbereid op Bijbelse zondvloed: de afschaffing van artikel 23 van de Grondwet.
Als we heel goed door onze verrekijker turen zien we het nietige zeilbootje van durfal Laura, die lak heeft aan alles en iedereen.

En waar is OCW zult u zeggen? Het knalroze vlaggenschip van het ministerie – met dank aan de Gayparade – kun je niet missen. Het laveert van stuurboord naar bakboord en weer terug, er is soms geen peil op te trekken. Maar als bij windkracht 10 de golven huizenhoog over het dek slaan is kapitein Van Bijsterveldt in haar element – ze heeft niet voor niets een stormvast kapsel!

Tot slot zijn er de beste stuurlui, inderdaad, die staan aan wal. Hun blik reikt tot voorbij de verre horizon. Kauwend op hun bruine zeemanstabak zien ze hoofdschuddend het geklungel van al die schippers aan: Ortho-, psycho-, peda- socio- filo- en andere logen en gogen. Politici, adviseurs, bondsbonzen, lobbyisten. Columnisten, analisten, alarmisten en last but not least journalisten.

Het Nederlandse onderwijs is dus geen Titanic, maar een oneindige vloot met koplopers en achterblijvers, met vernieuwers en traditionelen, met schepen die water maken en ranke vaartuigen die het zilte nat doorklieven, met ontdekkingsreizigers die het avontuur zoeken en voorzichtige kapiteins die van baken naar baken koersen. Het ene schip vaart scherp aan de wind, het andere tuft op een zijn gemakje door.
Zó veelkleurig en zo gevarieerd is het onderwijs, want hét onderwijs bestaat niet. En daar zult u het, om met de rijdende rechter te spreken, mee moeten doen. 

____________________________________

De prijs voor de Onderwijsjournalistiek – bestaande uit een geldbedrag van 1.500 euro en een kunstwerk van de hand van de Amsterdamse emailleur Christine van der Ree – ging dit jaar naar Ianthe Sahadat en Merijn Rengers van de Volkskrant voor hun artikelen over de misstanden bij Hogeschool InHolland. Het was dit jaar een close finish tussen drie inzendingen die aan elkaar gewaagd waren. Uiteindelijk heeft de jury gekozen voor de productie die het meeste journalistieke lef toonde, omdat daarin harde beschuldigingen werden geuit over een kwestie van groot maatschappelijk belang. De jury koos dit jaar voor ‘de journalisten die journalistiek risico hebben genomen om de burger goed te informeren’. Het volledige juryrapport is te vinden op de site van de Stichting Stimulering Onderwijsjournalistiek.

 

Deel dit artikel