20 oktober 2020

Pieter Hendrikse: ‘Educatieve uitgevers raken dominante positie kwijt’

NIEUWS | Jarenlang hadden de educatieve uitgevers een dominantie positie wat betreft de productie van leermiddelen in het voortgezet onderwijs. Maar met de voortgaande digitalisering komt daar op termijn een eind aan.

Dat voorspelde Pieter Hendrikse, lid van de raad van bestuur van Ons Middelbaar Onderwijs, op een conferentie van GEU, de brancheorganisatie, in Zeist. “Dat is misschien soms even wennen voor de uitgevers”, aldus Hendrikse, die bij OMO de ontwikkeling van leermiddelen in zijn portefeuille heeft. Centraal thema van de conferentie was het leermiddelenbeleid en innovatieve leermiddelen in het voortgezet onderwijs.

Hendrikse schetste in zijn bijdrage hoe de methodes van de educatieve uitgevers de afgelopen decennia steeds bepalender zijn geworden in de onderwijspraktijk en dat de eigen inbreng van de docent is afgenomen.

Teveel verwend
“De uitgeverijen hebben onze docenten misschien wel teveel verwend. De goede kwaliteit van het leermateriaal van de uitgeverijen heeft de afhankelijkheid van de docent in de hand gewerkt. Of, zoals ik het een uitgever ooit anders hoorde formuleren: De traditionele methode is misschien wel te veel als een hangmat voor de docent gaan dienen.”

Maar die tijd is voorbij, dankzij de voortschrijdende ontwikkelingen op ict-gebied is een docent in staat om een eigen invulling van en aanvulling op het leermateriaal te maken. Het internet is wat dat betreft een onuitputtelijke bron. Die behoefte bij de leraar is mede ingegeven, zo zette Hendrikse uiteen, door methodes van de uitgevers die, hoe fraai en functioneel ook, toch een eenheidsworst vormen. En elke docent wil maatwerk voor zijn leerlingen.

Herwaardering docent
De mogelijkheid voor docenten om dankzij ict zelf hun leermateriaal in elkaar te zetten valt samen met een algemene herwaardering van de docent als eigenaar van de leermiddelen, als arrangeur van leerprocessen van (individuele) leerlingen. De docent, benadrukte Hendrikse nog maar eens, maakt het verschil. “Dat moeten we als een buitengewoon belangrijk gegeven beschouwen.”

Die andere rol van de leraar ontstaat niet vanzelf. “Het veronderstelt veel ruimte en aandacht voor verdere professionalisering van de leraar, ook binnen het ict-domein. Er wordt immers steeds meer verwacht van de docent. Toetsen en volgen van leerlingen, het vastleggen van de resultaten in verband met begeleiding en verantwoording, dat alles vereist ondersteuning en een drempelloze integratie tussen afspeelomgeving en systemen voor administratie en begeleiding. Maar hoe ingewikkeld dat ook allemaal zij, er is geen andere weg omdat hier geldt: zonder goede, ondersteunende leraar geen goed onderwijs.”

Expertise
De positie van de educatieve uitgever verandert dus, maar dat wil nog helemaal niet zeggen dat zijn rol is uitgespeeld, hield Hendrikse zijn gehoor voor. De uitgevers hebben namelijk een stevige basis bestaande uit kwaliteitsrijk materiaal en veel expertise. Maar veel meer dan in het verleden zal de uitgever met andere partijen op moeten trekken en zal de geslotenheid van het leermateriaal doorbroken moeten worden.

Docenten moeten materiaal dat ze verkrijgen uit open bronnen of dat ze zelf ontwikkeld hebben naadloos in het educatief aanbod van de uitgever in kunnen passen. Want de klassieke methode heeft in de ogen van Hendrikse zijn langste tijd zo langzamerhand gehad. Er zijn minder gestandaardiseerde, voor elke leerling geldende curricula en dus zullen leermiddelen meer toegesneden moeten zijn op individuele leerlingen. En dat betekent zo klein mogelijke, functionele brokken en geen kostbare omvangrijke integrale methodes, aldus Hendrikse.

Er zijn overigens nog wat andere slagen te maken voor een toekomstbestendig aanbod van leermiddelen, dat vooral digitaal van vorm zal zijn, hoewel het boek volgens Hendrikse voorlopig nog niet afgeschreven is.

Laptop voor elke leerling
De kwaliteit van ict-infrastructuur op veel middelbare scholen laat nog te wensen over. Voor elke leerling moet er een laptop zijn, elektronische leeromgevingen moeten eenvoudig bruikbaar zijn, en internetfaciliteiten zouden continu en niet-plaatsgebonden toegankelijk moeten zijn.

Hendrikse is er overigens optimitisch over dat het met het ict-vernieuwingsproces bergopwaarts gaat en dat de achterstand in digitale leermiddelen, zoals eerder geconstateerd door de Onderwijsraad, wordt ingelopen.
 
► Lees hier artikel over Brabantse educatieve uitgevers

Deel dit artikel