24 oktober 2019

Gabie Vlems: ‘Meer kinderen horen thuis op een gewone basisschool’

Gabie Vlems is moeder van vier kinderen, waarvan een met een ernstige beperking. Ze is groot voorstander van passend onderwijs en is daarom actief binnen een van de weinige ouderplatforms in Nederland.

 
INTERVIEW | Er was negentien jaar geleden bij de geboorte niets dat erop wees dat Dirk geen gezond kind was. “Het was een baby net als anderen. Maar na verloop van tijd kreeg ik toch het gevoel dat er wat met hem mis was, maar ik kon het niet benoemen”, vertelt moeder Gabie Vlems.

Dirk is nu volwassen maar heeft het verstandelijk vermogen van een kind van drie. Toen geconstateerd werd dat Dirk geen gewoon kind was, zette dat het leven van Vlems op zijn kop. “Het maakt dat je anders in het leven komt te staan, andere keuzes maakt.” Alle aandacht ging naar Dirk, en naar haar overige drie kinderen. Haar ervaringen hebben haar er toe aangezet om actief te zijn in het ouderplatform Midden-Brabant en zo een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van passend onderwijs.
Gabie Vlems (tweede van rechts) met haar kinderen Anniek, Crista, Dirk en Karlijn. Foto Roy Lazet
Deze regio is een uitzondering als het gaat om een serieuze inbreng van ouders, bijna nergens worden ze door onderwijs of jeugdzorg als gesprekspartner gezien. “Dat lukt alleen als er professionele ondersteuning is. Het is een heel ingewikkeld onderwerp, het kost veel moeite om die bergen informatie te begrijpen. Ik draai  vijf jaar mee en ik ken nu pas de meeste afkortingen, ik snap nu de taal. En daarbij, met een echt zorgkind heb je ’s avonds niet meer de energie om je hier mee bezig te houden.”

De invloed van ouders blijkt onder meer uit het feit dat al in de fase van nul tot vier jaar kinderen met een beperking in beeld zijn als het gaat over passend onderwijs, hoewel er van onderwijs dan nog geen sprake is.

Toen haar zoon Dirk nog klein was, stond het denken over wat nu passend onderwijs heet, nog in de kinderschoenen. De vraag of haar zoon naar een gewone basisschool zou kunnen gaan kwam nauwelijks aan de orde. “Dat is het goede aan passend onderwijs, dat ouders nu wel een échte keus hebben. Stuur ik mijn zorgkind met ondersteuning naar een basisschool dichtbij, of naar een school voor speciaal onderwijs?”

Gedragsproblematiek
Waarschijnlijk zou zoon Dirk indertijd toch niet naar een gewone school zijn gegaan. Want ze is dan wel voorstander van passend onderwijs, dat wil niet zeggen dat er in haar ogen geen voorwaarden gesteld zouden kunnen worden. Het ideaal van inclusief onderwijs (álle kinderen naar de basisschool) is voor haar nog een brug te ver. 

“Ik heb niet de illusie dat ieder kind op een reguliere basisschool terecht kan, je moet het onderwijs niet overvragen. Dat gold ook voor mijn zoon. Maar ik denk wel dat meer kinderen thuis horen op een basisschool dan nu het geval is. Met name die enorme groep kinderen waarbij sprake is van gedragsproblematiek. Ik zeg niet dat het gemakkelijk is, ik onderschat dat niet, maar met goede ondersteuning is dat wel degelijk haalbaar.”

“Ideaal van inclusief onderwijs is nog een brug te ver”

Een van haar dochters heeft een taal-spraakprobleem  en belandde in het speciaal onderwijs. Op een gegeven moment is ze met begeleiding (gefinancierd met het rugzakje) in het regulier onderwijs teruggekeerd. “Dat ging heel goed, de leerachterstand liep ze in. Maar dan komt het kwalijke van het systeem, omdat ze geen leerachterstand meer had raakte ze haar extra ondersteuning kwijt.”

Vlems begrijpt best dat sommige leerkrachten wat huiverig zijn over de komst van meer zorgkinderen; ze hebben hun handen al meer dan vol. Maar door passend onderwijs goed te organiseren als iets waar het hele team voor verantwoordelijk is, moet dat lukken is haar overtuiging.

‘Stuiterballen’
“Je hebt ervaren ambulant begeleiders nodig, die goede adviezen geven. En leraren moeten de kans krijgen zich te scholen, er moet meer gebruikt gemaakt worden van elkaars specialismen. De ene leraar kan beter omgaan met ‘stuiterballen’ [adhd’ers], een ander juist met een kind dat traag is en tijd nodig heeft. Teams moeten de ruimte krijgen om eigen afwegingen te maken, daar zou meer vertrouwen in mogen zijn.”
Het systeem van rigide indicaties mag wat haar betreft overboord. Ze kent de frustraties over de bureaucratie, de verhalen over ouders die met hun kind van de ene in de andere procedure rollen en dat telkens een ander etiketje krijgt opgeplakt.  

Haar zoon Dirk woont inmiddels bij een zorginstelling en is op een vaste dag  thuis bij het gezin. “Mijn zoon hoort er helemaal bij, heeft recht van leven, absoluut. Ik verwacht van hem niet meer dan wat hij aankan, maar de talenten die hij heeft moeten gestimuleerd worden. Voor mij is deze boodschap essentieel: elk kind hoort er bij. Ook dat is de betekenis van passend onderwijs, dat kinderen met en zonder beperking zo veel mogelijk met elkaar opgroeien en leren met elkaar om te gaan, en leren dat doe je op school.”
[Dit artikel is ook geplaatst in het Brabants Dagblad van 1 maart 2011]
 
► Benieuwd naar de fotografie van Roy Lazet? Ga hier naar zijn site.

Deel dit artikel