1 oktober 2020

‘Gebrekkige taalvaardigheid hoger onderwijs complex probleem’

BREDA | ACHTERGROND | Avans mag zich de beste brede hogeschool van Nederland noemen, maar dat is niet te danken aan de taalvaardigheid Nederlands van haar studenten. Want die is bij veel studenten niet al te best.

Paul Rüpp, voorzitter van het college van bestuur van Avans, wond er op het goedbezochte symposium ‘Taalvaardigheid Nederlands in het hoger onderwijs’, afgelopen dinsdag in Breda, geen doekjes om. En er was eigenlijk niemand van de sprekers, noch van de deelnemers, die een poging deed om op die harde conclusie af te dingen. Integendeel, opgemerkt werd dat ook menig docent steken laat vallen als het om taalvaardigheid gaat en dus niet het goede voorbeeld geeft.

Nu is de vaststelling dat de taalvaardigheid in het hele hbo te wensen overlaat geen nieuws, dat is afgelopen jaren in onderzoeken bevestigd. En het beperkt zich niet tot het hbo, ook in het mbo, het wetenschappelijk onderwijs en het voortgezet onderwijs beheersen leerlingen, studenten en docenten het Nederlands niet op het noodzakelijk geachte niveau.

En niet te vergeten in het basisonderwijs, daar begint de ellende al omdat leerlingen niet meer goed leren spellen, betoogde taalkundige Piet van Sterkenburg in het aansluitende debat. Dat was vroeger heel anders, maar sinds het ‘gedogen’ in de jaren zestig de Nederlandse samenleving is binnengeslopen, neemt iedereen een loopje met de regels, ook met de taalregels. Linda van den Bosch, algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie, voelde zich geroepen om Sterkenburg op dat punt tegen te spreken. Uit het langjarige peilingonderzoek (PPON) blijkt niets van een veronderstelde daling van de spellingsvaardigheden van kinderen op de basisschool.

De uiteenlopende visie op het spellingsprobleem was exemplarisch voor het debat. Er is een grote consensus dat het niet goed zit met de taalbeheersing, maar als het gaat over oorzaken en oplossingen dan lopen de meningen al gauw uiteen. Dat de nieuwe media (email, Twitter, enz.) een grote invloed hebben op het taalgebruik is evident. Maar Sterkenburg bijvoorbeeld plaatste het probleem in de brede context van een algemene daling van het onderwijspeil. Hij denkt dat het tij te keren is door het gezag van de leraar te herstellen.

Achterstallig onderhoud
Volgens neerlandicus Theo Pullens, die werkt aan een proefschrift, is een deel van het probleem te verklaren doordat er in het voortgezet onderwijs achterstallig onderhoud ontstaat. Een conclusie die eerder ook de commissie Meijerink heeft getrokken. Dat lokte weer een reactie uit van een docent van een Bredase middelbare school die de leerlingen en hun ouders als ‘schuldigen’ aanwees; die zijn niet echt geïnteresseerd in het leren van Nederlands, of enig ander vak. Tot zijn afgrijzen heeft hij moeten constateren dat er in gezinnen nauwelijks nog kranten worden gelezen, voor een vwo-leerling toch een absolute voorwaarde, vond de docent.  

Hoe dan ook, iedereen was het erover eens dat de taalontwikkeling in het (hoger) onderwijs een flinke boost moet krijgen, zoals Pullens het formuleerde. Om er snel aan toe voegen ‘ik bedoel natuurlijk, in goed Nederlands, oppepper’. Want een goede taalvaardigheid brengt structuur aan in het denken en leidt tot hogere (onderwijs)prestaties. Volgens Pullens is de aanpak die hij ‘blended learning’ noemt effectief. Hij omschrijft dat als een mix van instructie door docenten (en/of medestudenten), intensieve oefening en digitale ondersteuning.

Poten in de klei
Maar denk erom, waarschuwde docente Wilma van der Westen, we hebben te maken met een complex probleem waar geen simpel medicijn voor is. Van der Westen (voorzitter is van het Nederlands/Vlaams Platform Taalbeleid Hoger Onderwijs) is iemand die figuurlijk met haar poten in de klei op de Haagse Hogeschool. Daar manifesteert zich de problematiek in volle omvang omdat op deze school veel leerlingen zitten met een niet-Nederlandse achtergrond.

Veel studenten beginnen met een taalachterstand aan hun hbo-studie en dat blijft ze achtervolgen, ook als ze afgestudeerd zijn. Want menig allochtoon merkt,  met het diploma op zak, dat de beperkte taalvaardigheid Nederlands een flinke hinderpaal is bij het vinden van een baan op hbo-niveau. Tot hun teleurstelling moeten ze vaak  genoegen nemen met een baan op mbo-niveau, aldus Van der Westen.

Voorscholen
De Bredase wethouder Saskia Boelema (Onderwijs, D66) haalde dat aspect ook aan. “Taalachterstanden leiden tot uitsluiting in de maatschappij. Zelfs eenvoudige en zakelijke communicatie is niet mogelijk voor de mensen die niet of nauwelijks kunnen lezen.” Breda zet daarom zijn kaarten op het zo vroeg mogelijk leren van de Nederlandse taal in zogeheten voorscholen. En ook bij Avans staat het verbeteren van de taalvaardigheid de komende jaren hoog op de agenda.

 

Deel dit artikel