18 augustus 2019

Doordecentraliseren of niet, is dat wel de vraag?

EINDHOVEN | NIEUWS | In 1997 hevelde het rijk de verantwoordelijkheid voor de schoolgebouwen over naar de gemeenten. Dat was niet alleen ingegeven door het idee dat je onderwijshuisvesting het beste op lokaal niveau kunt regelen.

Het was tevens een ordinaire bezuiniging, want de bruidschat stond niet in de verhouding tot de kostenpost voor de gemeenten. Desalniettemin gaf deze ingrijpende koerswijziging een stevige impuls aan de scholenbouw, zoals iedereen in zijn eigen gemeente kan zien. De klassieke gangenschool zoals die jarenlang van de band rolde alsof het Dafjes waren, heeft zijn langste tijd gehad.

De wetgeving van 1997 bevatte echter, met name in de ogen van vo-schoolbestuurders, een stevige weeffout. Het geld dat rijk voor huisvesting overmaakte naar de gemeente via het gemeentefonds was niet geoormerkt. Een gemeente kan het geld ook aan lantaarnpalen of een zwembad besteden. Bovendien lag de zeggenschap over de scholenbouw in het primair en voortgezet onderwijs bij het gemeentebestuur, terwijl met name de grote schoolbesturen liever zelf de verantwoordelijkheid daarvoor willen hebben. Of zoals de Onderwijsraad dat in 2009 omschreef als ‘Baas over de eigen school’.

Huisvesters

In bestuurlijke termen heet dat ‘doordecentraliseren’, de gemeente sluist het geld voor de huisvesting door naar het bestuur dat vervolgens zelfs bouwplannen ontwikkelt. Schoolbesturen kunnen dat doordecentraliseren echter niet afdwingen. In Den Bosch bijvoorbeeld voelen ze daar niks voor, in buurgemeente St.-Michielsgesteld hebben ze vier jaar geleden dat wel gedaan. In Breda is onlangs, na jarenlang bestuurlijk gesteggel, in het primair en speciaal onderwijs de stap alsnog gezet. Het voortgezet onderwijs in die stad kreeg al in 2008 de eigen verantwoordelijkheid.

In de wereld van de onderwijshuisvesters is ‘doordecentraliseren’ een hot item. Dat bleek woensdag 7 maart tijdens een symposium in Eindhoven, een initiatief van de lokale afdelingen van D66. Zo’n tweehonderd bestuurders en medewerkers van onderwijs en gemeente, plus mensen uit de bouwwereld, waren naar de TU/e gekomen om van deskundigen te horen hoe zij tegen dit onderwerp aankijken. Met name de Eindhovense wethouder Mary-Ann Schreurs (o.a. innovatie, D66) en Pieter Hendrikse, lid van de raad van bestuur van Ons Middelbaar Onderwijs, vertolkten een mening die tegenover elkaar stond.

Teugels in handen

De wethouder vindt dat een gemeente de teugels zelf in handen moet houden, omdat er vandaag de dag zoveel andere aspecten een rol spelen bij het plannen van onderwijshuisvesting. Bijvoorbeeld om innovatieve doelstellingen te kunnen realiseren, sociaal of technisch. Hendrikse vindt daarentegen dat een bestuur de ruimte moet krijgen om de huisvestingsgelden te besteden juist om de eigen onderwijskundige visie en  ambitie waar te kunnen maken. “Want het begint met een onderwijskundig concept. Een rector hoeft niet bij ons aan te komen dat hij een nieuw gebouw wil omdat het al zo oud is of het dak lekt.”

Hendrikse heeft zijn hoop gesteld op een motie die in november vorig jaar breed in de Tweede Kamer is aangenomen en waarin het kabinet gevraagd wordt om de weg vrij te maken voor een soort recht op ‘doordecentraliseren’. Al zal dat pas onder een volgend kabinet eventueel geregeld worden. OMO heeft in Brabant met 22 gemeenten te maken wat betreft de huisvesting van scholen. In elf gemeenten is een regeling over doordecentraliseren gemaakt, met enkele wordt daarover gesproken. Dat begint ermee, vertelde Hendrikse, dat eerst een misverstand moet worden weggewerkt. Namelijk dat OMO rijk is een dus zelf een flinke duit in het zakje kan doen. “Maar wij krijgen van het rijk alleen geld voor het primaire proces, voor huisvesting krijgen we geen cent.” Desalniettemin investeert OMO, na doordecentralisatie, zelf ook geld in de gebouwen. Hendrikse zei verder dat OMO niets ziet in PPS (Publiek Private Samenwerking), bijvoorbeeld door samen met een woningbouwcorporatie huisvesting te realiseren. Iets waar de gemeente Den Bosch bijvoorbeeld wel een voordeel in ziet.  

Weeffout in de wet?

Maar of de motie in de Tweede Kamer ook daadwerkelijk leidt tot een herstel van de weeffout. Kamerlid Boris van der Ham (D66), die de motie heeft gesteund, is nog wel kritisch. vindt dat er wel aan harde voorwaarden was namelijk nogal kritisch. “Er moet sprake zijn van een goed bestuur. Maar wat versta je daar onder. En wat als dat bestuur later blijkt toch niet goed te zijn. Ben je dan als overheid je centen kwijt?”.

Wat Van der Ham ook zwaar op de maag ligt is dat het in Nederland bijna onmogelijk is om als een groep burgers een nieuwe school op te richten, de bestaande besturen kunnen nieuwkomers buiten de deur houden. En wat ook tegen doordecentraliseren pleit volgens het D66 Kamerlid is dat de lokale democratie nog wel ergens over moet gaan. En hoe krijg je samenhang met andere onderwerpen als jeugdzorg? “De hekken moeten weg. Lukt dat nog wel als je als gemeente doordecentraliseert?”.

Gemeentefonds

In de gemeente ’s-Hertogenbosch houdt de politiek wat de huisvesting betreft de touwtjes bewust in handen, legde Hans Migchielsen, hoofd van de afdeling jeugd en onderwijs uit. En dat tot volle tevredenheid van de plaatselijke schoolbesturen. Op basis van een meerjarig huisvestingsplan worden de lijnen voor de toekomst uitgezet. Maar wat belangrijker is, de gemeenteraad is er ten diepste van overtuigd dat een goede onderwijshuisvesting een wezenlijke voorwaarde is voor goed onderwijs.

Er is dan ook bewust voor gekozen om het bedrag dat Den Bosch uit het gemeentefonds krijgt voor onderwijshuisvesting, uit eigen zak stevig op te plussen. Voor een nieuw complex voor het beroepsgerichte vmbo bijvoorbeeld heeft de gemeente 28 miljoen euro vrijgemaakt. Het beleid van Den Bosch heeft er inmiddels in geresulteerd dat er tal van prachtige gebouwen staan. De gemiddelde leeftijd van die gebouwen is sinds 1997 gedaald van 36 naar 21 jaar. Het geheim van het succes? “Wij zijn partners van elkaar”, aldus Migchielsen.

Vertrouwen is het sleutelwoord

Vertrouwen was zo’n beetje het sleutelwoord van het symposium. Alle sprekers benadrukten dat je geen stap verder komt als je als overheid en schoolbesturen elkaar niet recht in de ogen kunnen kijken. Soms kost het veel tijd om dat voor elkaar te brengen, maar als die vertrouwensbasis er eenmaal is dan kunnen er bergen verzet worden. Met dat wantrouwen valt het trouwens wel mee, zo bleek uit een peiling in de zaal. Slechts een enkeling stak zijn vinger op toen gevraagd werd waar het huisvestingsbeleid stokte doordat partijen tegenover elkaar staan.

Dat is eigenlijk de conclusie die getrokken kan worden. De hamvraag is niet zozeer ‘doordecentraliseren wel of niet?’, maar hoe je in een gemeente de neuzen dezelfde kant op krijgt. Dat je een gemeenteraad kunt overtuigen dat een ruimhartig huisvestingsbeleid bijdraagt aan kwalitatief goede onderwijsvoorzieningen. En dat we van goed onderwijs als gemeenschap nu en in de toekomst de vruchten plukken. Voor de meeste besturen in het primair onderwijs is doordecentraliseren niet eens een item, merkte Gert Jan van Midden, onderwijsspecialist bij de PO Raad, op.

Deel dit artikel