13 november 2019

Proefschrift: Kwaliteit opleidingsschool niet vast te stellen

TILBURG | NIEUWS | Ruim tien jaar is er in het onderwijs ervaring opgedaan met het opleiden van leerkrachten op de werkplek. Maar wat is de kwaliteit van deze manier van opleiden die zich voor een belangrijk deel in de dagelijkse praktijk afspeelt?

Miranda Timmermans (1968, Nederweert) deed er onderzoek naar in het kader van haar proefschrift Kwaliteit van de opleidingsschool. Over affordance, agency en competentieontwikkeling’. Op woensdag 14 maart werd haar op grond van dit onderzoek aan de Universiteit van Tilburg een doctorstitel verleend. Dr. Timmermans is als onderzoeker verbonden het Kenniscentrum Kwaliteit van Leren van de HAN.

Haar conclusie komt er samengevat op neer dat de kwaliteit zich niet eenduidig laat vaststellen. Daarvoor zijn de verschillen tussen de betrokken scholen te groot, zelfs tussen de werkwijze van mentoren binnen die scholen. Maar de inzichten van het onderzoek bieden wel perspectief voor het verder ontwikkelen van de opleidingsschool.

Vanaf eind jaren negentig is ‘opleiden in de school’ in het beleid van het ministerie van Onderwijs een belangrijk item. De aanleiding was het lerarentekort in het primair en voortgezet onderwijs en in het mbo. Maar tevens was het de bedoeling om met deze andere manier van opleiden de kwaliteit van het leraarschap te verbeteren. De scholen kregen zo meer invloed en verantwoordelijkheid bij het opleiden van toekomstig personeel.

Aanvankelijk ging het OCW in dit model om de opleidingsschool als ‘kweekvijver en opleidingscentrum voor leraren’, schrijft Timmermans in haar proefschrift. Gaandeweg verschuift dat naar een model van de opleidingsschool als partnerschap tussen scholen en opleiding(en) met opleiden in de school als product, als alternatieve opleidingsroute. ‘Uiteindelijk heeft het Ministerie ervoor gekozen de opleidingsschool te herdefiniëren als een partnerschap tussen een of meer scholen en een of meer lerarenopleidingen’.

Deze nieuwe manier van opleiden voorzag in een behoefte bij het onderwijsveld, zo blijkt uit de cijfers. In 2009-2010 zijn 58 opleidingsscholen voor primair onderwijs (po), voorgezet onderwijs (vo) en mbo officieel erkend. In schooljaar 2009 – 2010 hebben 7988 studenten binnen deze partnerschappen hun opleiding gevolgd; het streven van het ministerie van OCW is om in schooljaar 2010-2011 het streefgetal van 8000 studenten te halen. Timmermans concludeert dat er binnen het onderwijs veel vertrouwen is in deze vorm van opleiden.  

Mentoren
De inzet van Miranda Timmermans was om met haar promotieonderzoek uitspraken te kunnen doen over de kwaliteit van deze andere manier van opleiden. Toen ze daarmee begon was er weinig van bekend over de kwaliteit van de opleidingsschool in relatie tot de ontwikkeling van studenten. Nu haar proefschrift er ligt moet Timmermans het antwoord op deze vraag schuldig blijven. Ze kan ook nu nog geen definitieve uitspraken doen over de kwaliteit van de opleidingsschool.

Dat komt onder meer door de grote invloed van individuele mentoren op de studenten als het gaat om activiteiten die ze krijgen aangeboden. “Welke en hoeveel activiteiten ze aanbieden, laten ze afhangen van het opleidingsjaar. Ze stemmen het aanbod niet af op kenmerken of leerbehoeften van de studenten, zoals verwacht zou worden bij leren op de werkplek”, stelt Timmermans vast. De nadruk ligt bovendien op ervaringen opdoen met leerlingen. Ze krijgen veel minder de mogelijkheid om ervaring op te doen als collega en als lid van een team.

De promovendus concludeert de dé opleidingsschool niet bestaat. “De investeringen door opleidingsscholen zijn in voorgaande jaren vooral gericht geweest op het (organiseren van) samenwerken en opleiden. Veel minder aandacht is uitgegaan naar het leren van studenten op de werkplek en wat de authentieke situatie van de opleidingsschool daaraan zou kunnen bijdragen. Om als opleidingsschool een aantoonbare bijdrage te leveren aan de ontwikjekoi9ng van studenten is een heroriëntatie op opleiden in de school en de rol van de opleidingsschool noodzakelijk. Twee speerpunten staan daarbij centrale: word opleidingsschool en ontwerp een werkplekcurriculum.”

Titel proefschrift: ‘Kwaliteit van de opleidingsschool. Over affordance, agency en competentieontwikkeling’. Promotoren: prof. dr. R.F. Poell, prof. dr. A.F.M. Nieuwenhuis, co-promotor: dr. R. Klarus

> Lees hier het volledige proefschrift

> Lees ook een interview met Ans Buys, directeur Lerarenopleiding Fontys

Deel dit artikel