13 november 2019

Heeft het CDA zijn denkkracht verloren als het om onderwijs gaat?

COLUMN | Het CDA is – opnieuw – bezig aan een lange mars door de woestijn. De zon schijnt ongenadig fel en de karavaan is ver uitgedund en telt alleen nog maar taaie overlevers.
Je zou hopen dat de christendemocraten zichzelf op de been houden met fata morgana’s, maar zelfs fantastische zinsbegoochelingen komen onder de koperen ploert niet tot leven. Het klimaat is écht veranderd.

Op dinsdag 26 maart kwam een aantal van die overlevers bijeen in de bibliotheek van Tilburg om op uitnodiging van het provinciaal CDA-bestuur de koers van de partij te bediscussiëren, in het bijzonder wat betreft het onderwijs. Een loffelijk initiatief van het CDA, want een poging om de gemakzucht van deze eeuwige bestuurderspartij te doorbreken. De opkomst was niet hoog, een veertigtal belangstellenden, overwegend 50 plussers. Maar dat is bij andere partijen en organisaties in het maatschappelijk middenveld vaak niet veel anders.

Teleurstellend was de inhoud van het debat. Het thema kwam op geen enkel moment goed uit de verf. Dat was deels te wijten aan de inleiding van de Tilburgse wethouder Eric de Ridder die economie in zijn portefeuille heeft en niet veel verder kwam dan wat gemeenplaatsen over onderwijs en arbeidsmarkt.

De aansluitende discussie werd sterk gekleurd door de ingrijpende bezuinigingen op passend onderwijs, die de CDA-achterban sterk blijken te verdelen. Het bezorgt menig CDA-lid of -sympathisant, werkzaam in het onderwijs, buikpijn. Je vraagt je af hoe de christendemocraten ooit akkoord hebben kunnen gaan met deze pijnlijke en niet goed doordachte herschikking van budgetten in een sector die zo des CDA is: het speciaal onderwijs. Mankeert er iets aan het collectief geheugen in de partij of is de top losgezongen van de dagelijkse onderwijspraktijk?

Maar het debat leverde niets op van wat je zou kunnen betitelen als een schets voor toekomstig onderwijsbeleid. En dat valt dan toch weer tegen voor een partij als het CDA die immers in haar gelederen veel leden telt (of telde?) die actief zijn in het onderwijs. Op bestuurdersniveau, maar ook gewoon in de klas. Zoveel expertise in een partij, waarom slaagt het CDA er niet in die krachten in de achterban te mobiliseren voor het ontwerpen van een wenkend perspectief als het om onderwijs gaat?

Het lijkt erop dat de partij zichzelf in een wurggreep houdt omdat het deel uitmaakt van het kabinet Rutte. Elke toekomstschets op onderwijsgebied die niet direct spoort met het huidige kabinetsbeleid zal uitgelegd worden als kritiek op de eigen bewindsvrouw en dient daarom gesmoord te worden. Het is in dit verband tekenend dat een Kamerlid als Jack Biskop uit Roosendaal uitgerekend op een bijeenkomst van D66 in Breda beaamt dat de PVV de partij op onderwijsgebied een kunstje heeft geflikt, maar die kritiek zelf niet uitspreekt? En dat Biskop een paar dagen later in Tilburg tijdens het Brabantdebat met nauwelijks verborgen leedvermaak meldt dat er weinig interesse is voor experimenten met prestatiebeloning, dat stokpaardje van de VVD.

Debat aanjagen
Het is niet allemaal stilstaand water in het CDA als het om onderwijs gaat, maar het zijn toch vooral prominente CDA-leden die min of meer op persoonlijke titel het debat proberen aan te jagen zoals Marcel Wintels (bestuursvoorzitter Fontys), Doekle Terpstra (Inholland), Paul Rüpp (Avans Hogeschool) en Wim van de  Donk (commissaris der koningin, hoogleraar maatschappelijke bestuurskunde). Het voorstel in het koersplan van het CDA om de ‘onderwijsmarkt’ open te breken en ook nieuwe denominaties toe te laten is in zekere zin zelfs revolutionair.

Maar als hoeder van het bijzonder onderwijs zal de partij toch met een doordachte visie op de toekomst ervan moeten komen. Want laten we wel wezen, wat stelt katholiek onderwijs nog voor als katholieke en openbare scholen kennelijk vrijwel naadloos in elkaar op kunnen gaan, zoals in De Langstraat. Of als een groot katholiek schoolbestuur zich afkeert van de katholieke besturenbond en zich aansluit bij de club van de openbaren, met het argument dat hun dienstverlening een stuk goedkoper is?
Het zou natuurlijk best kunnen dat het katholiek onderwijs vandaag de dag een anachronisme is, maar dat zou de partij dan toch onder ogen mogen zien. En zich niet meer verschuilen achter de merkwaardige paradox dat katholieke scholen ondanks de secularisatie van de samenleving nog steeds in trek zijn. Wat ook stof tot nadenken geeft: waarom slaagt het protestants-christelijk onderwijs er beter in om zich te profileren met zijn identiteit?

Opdrachten
En als dit varkentje is gewassen zijn er nog tal van thema’s waar de partij zijn tanden in kan zetten. Om maar eens wat te noemen: de multiculturele opdracht van het onderwijs (een kerndoel), het sturen op resultaten, de rol van de inspectie, gelijke kansen in de 21e eeuw, het eigenaarschap van het onderwijs (!), hoger onderwijs voor iedereen, de betaalbaarheid van het onderwijs, de inbreng van ouders/buitenwereld.

Een partij met zo’n lange traditie in het onderwijs, die zou toch een doortimmerd antwoord moeten kunnen geven op de eigen stelling van CDA Brabant: ‘Investeren in onderwijs op alle niveaus is de beste investering voor het behoud van solidariteit in de samenleving’.

Deel dit artikel