21 oktober 2019

Intussen, in het vmbo.. Een analyse van de cijfers

ANALYSE | Door Ruud van Leeuwen | Ruud van Leeuwen schreef voor de site Onderwijs in Grafieken een gastblog over leerlingenstromen in het vmbo. Hij publiceert meer afleveringen over dit onderwerp, dit is deel 1. Onderaan dit artikel staan verwijzingen naar de volgende afleveringen. Van Leeuwen heeft het adviesbureau OnderwijsOntwikkeling in Tilburg. Hij is op Twitter te volgen via @RuudLeeuwen.

Onlangs hoorde ik op Radio 1 een verslaggever praten over het ‘Lager Beroepsonderwijs’. Een term uit de tijd dat ik nog als docent in het onderwijs werkte (lang geleden dus), en waar we al vroeg in de jaren ‘90 afscheid van hebben genomen. Is dit een incident? Nee, zo nu en dan merk je dat men in doorgaans goed geïnformeerde kranten als NRC, Volkskrant en Trouw het vmbo en mbo met elkaar verwart. Tijd om maar eens aandacht te besteden aan het Voorbereidend Middelbaar Beroepsonderwijs! En mooi dat dit mag op deze plek…

In 1999 zijn vbo en mavo opgegaan in het vmbo, dat daarmee onderdak gaf aan zo’n 60% van de leerlingen in het voortgezet onderwijs. De resterende 40% stroomde havo/vwo in. Het vmbo is geen eindonderwijs: leerlingen moeten na het behalen van het diploma verder naar mbo of havo voor hun startkwalificatie. Daarmee kunnen ze de arbeidsmarkt op.

De bovenbouw in het vmbo kent leerwegen en sectoren. Populair gezegd: niveaus en richtingen. Voor de leerwegen heeft men een paar heerlijke namen bedacht: de Basisberoepsgerichte Leerweg, de Kaderberoepsgerichte Leerweg, de Gemengde Leerweg en de Theoretische Leerweg. De sectoren zijn Economie, Zorg & Welzijn, Techniek en Landbouw.

Vandaag vooral aandacht voor die leerwegen, de sectoren komen later aan bod.

Na de onderbouw kan een leerling kiezen uit 4 leerwegen: Basisberoepsgericht (BL), Kaderberoepsgericht (KL), Gemengd (GL) en Theoretisch (TL). BL geeft recht op instroom in MBO niveau 2, via de andere leerwegen kun je verder naar een MBO-opleiding op niveau 3 en 4.
In de BL, KL en GL krijgen leerlingen in het 3e en 4e jaar praktijk in een beroepsgericht vak, gekoppeld aan een sector (Economie, Zorg & Welzijn, Techniek, Landbouw).
In BL en KL wordt hieraan zo’n 40% tot 45% van de lestijd besteed. Je wordt daarmee al flink voorbereid op je vervolgopleiding in het mbo:  het zijn leerwegen voor leerlingen die vooral praktisch leren. De KL-leerlingen krijgen een duidelijk zwaardere component theorie, ook bij de algemene vakken.

Leerlingen in de GL besteden naast hun algemene vakken hooguit één dagdeel per week aan het beroepsgerichte vak. Vaak is dat een vak waarin onderdelen uit de diverse sectoren zijn verwerkt, zodat de leerlingen zich goed kunnen oriënteren op de mogelijkheden in het mbo.

In de TL krijgen de leerlingen alleen algemene vakken, in het programma is geen ruimte voor een praktijkvak. Geen geschikt traject voor de ‘doeners’ dus. Deze leerweg wordt door scholen vaak mavo genoemd, vooral sinds jaren geleden het vmbo een slechte pers kreeg. Die term doet het goed bij ouders, maar leerlingen krijgen toch gewoon het diploma vmbo TL. Een beperkt (groeiend) deel van de TL leerlingen gaat door naar havo, het merendeel naar mbo.

Onderstaande grafiek [klik hier voor vergroting] geeft weer hoe de leerlingen in het 3e leerjaar zijn verdeeld over de verschillende leerwegen. Duidelijk is te zien dat er sinds 2004 een sterke krimp in de BL optreedt, de KL iets is gedaald, de GL licht is gegroeid en de TL uiteindelijk in 2011 weer op het niveau zit van 2004.

 

Bron: DUO (01. Leerlingen per vestiging naar onderwijstype, lwoo indicatie, sector, afdeling, opleiding)

Het totaal aantal leerlingen in het 3e jaar voortgezet onderwijs was in 2004 ongeveer 207.000 en in 2011 zo’n 200.000. BL, KL en GL hebben in die periode zo’n 12.500 leerlingen verloren, TL bleef vrijwel constant, havo/vwo groeide met bijna 7.000.

De getalsverhouding tussen havo/vwo en vmbo is sinds de invoering van het vmbo dus flink gewijzigd, goed zichtbaar in onderstaande grafiek [klik hier voor vergroting]: 

 

Bron: DUO (01. Leerlingen per vestiging naar onderwijstype, lwoo indicatie, sector, afdeling, opleiding)

 

Er is blijkbaar een opwaartse druk in de leerlingstromen. Hoe zou dit komen? Zijn leerlingen minder praktisch ingesteld? Zijn leerlingen theoretisch tot meer in staat? Levert het basisonderwijs leerlingen af op een hoger niveau? Of wil men niet meer naar het vmbo sinds dit een aantal jaren geleden ‘het afvalputje van het onderwijs’ werd genoemd? Vragen, vragen, vragen…  Is hier een duidelijke verklaring voor?

Er is blijkbaar een opwaartse druk in de leerlingstromen. Hoe zou dit komen?
Zijn leerlingen minder praktisch ingesteld? Zijn leerlingen theoretisch tot
meer in staat? Levert het basisonderwijs leerlingen af op een hoger niveau? Of
wil men niet meer naar het vmbo sinds dit een aantal jaren geleden ‘het afvalputje
van het onderwijs’ werd genoemd? Vragen, vragen, vragen…  Is hier een
duidelijke verklaring voor?

? Reageren? Mail Ruud van Leeuwen  ruud@rvl-oo.nl

> Ga hier naar de site Onderwijs in grafieken, vmbo deel II Feiten en cijfers over de sectoren

> Ga hier naar de site Onderwijs in grafieken, vmbo deel III de opleidingen

> Ga hier naar de site Onderwijs in grafieken, vmbo deel IV LWOO

> Ga hier naar de site Onderwijs in grafieken, vmbo deel V Jongens en meisjes

> Lees ook: Het vmbo verliest gestaag terrein aan havo en vwo. Brabantse leerlingen slimmer? [2010]

Originele publicatie gegevens DUO / Rijksoverheid

Deel dit artikel