21 november 2019

Goede spreiding middelbare scholen: werk samen en wees creatief

GASTOPINIE | door Eugène Bernard | Ideaal is het als middelbare scholen evenwichtig gespreid zijn over stad en regio in Brabant. De fietsafstand is een belangrijk criterium. Om dat waar te maken is samenwerking tussen besturen en creativiteit nodig. Dat betoogt Eugène Bernard, bestuursvoorzitter van de vereniging  Ons Middelbaar Onderwijs.

Als scholen in het voortgezet onderwijs werken we, allemaal, ten dienste van de samenleving. We zijn er gezamenlijk verantwoordelijk voor dat er een zo fijnmazig mogelijk netwerk is en blijft van goed onderwijs. Dat kun je niet in je eentje, daarvoor is samenwerking onontbeerlijk. Kijk naar Den Bosch; daar vindt op dit moment overleg plaats om de spreiding van leerlingen over de verschillende scholen in de stad te stroomlijnen.

Idealiter heeft elke middelbare school een duidelijk eigen profiel. Leerlingen en ouders kunnen op basis van dat profiel een school kiezen die mooi aansluit bij hun wensen. Om twee redenen kan die vrije keuze soms worden begrensd. Ten eerste omdat het aantal leerlingen op een school simpelweg te groot wordt of dreigt te worden voor de locatie, zoals nu het geval is bij het Sint Janslyceum in Den Bosch.

Vanuit het oogpunt van doelmatigheid en het goed aanwenden van publiek geld is het natuurlijk absurd dat je de ene school zou gaan uitbreiden terwijl een andere school in de stad te maken heeft met leegstand. Ten tweede kan een school ook te groot worden om nog in te kunnen staan voor kwalitatief goed onderwijs. Daar moet je kritisch naar blijven kijken.

Keuzemogelijkheden
Het streven is om de keuzemogelijkheden in de buurt voor leerlingen en hun ouders zo breed mogelijk te houden. Maar helaas is dat niet altijd mogelijk. In landelijke gebieden bijvoorbeeld daalt het aantal leerlingen gestaag. Dan komt op enig moment vanzelf de betaalbaarheid van onderwijs in die regio of plaats onder druk. Dat komt (gelukkig) nooit van de ene op de andere dag; het is een geleidelijke demografische ontwikkeling waar we ons goed op kunnen voorbereidenIk ben ervan overtuigd dat de aanwezigheid van onderwijs een belangrijke bijdrage levert aan het vestigingsklimaat van een gemeente.

 

 

 

 

 

 

 

 • Fietsafstand is een belangrijk criterium

De aanwezigheid van een middelbare school, of in elk geval één in de buurt, is voor veel ouders een belangrijke overweging bij het kiezen van een woonplaats. Daarom is het belangrijk om je sterk te maken, ook in overleg met andere scholen en gemeentes, voor een fijnmazig netwerk met scholen op fietsafstand. Maar als dat niet lukt, zoeken we naar andere oplossingen.

Bereikbaar op fietsafstand
Uitgangspunt is het ‘fietscriterium’: we streven naar een goed aanbod van onderwijs in de onmiddellijke omgeving van leerlingen, dus op fietsafstand. Daar waar het wringt, bijvoorbeeld omdat een school soms erg klein zou worden, zoeken we naar andere oplossingen. Zo zijn er leerlingen die op een andere school bepaalde vakken volgen die op de eigen school niet meer gegeven kunnen worden. En docenten met een bepaald specialisme worden ‘gedeeld’ tussen verschillende scholen.

Interessant in dit kader zijn ook de oplossingen buiten het heersende onderwijsmodel. Wij zijn een klein landje, elke ochtend op de fiets naar school is hier heel normaal. Maar wat als dat überhaupt geen optie is, zoals in vele landen om ons heen? Als je veel te ver weg woont van het schoolgebouw? Dan zie je dat er ook creatieve oplossingen te bedenken zijn.

Digitaal netwerk
Mooi voorbeeld is ’t Ravelijn, vmbo-school in Steenbergen. Daar wordt volgens de uitgangspunten van Netwerkschool gewerkt. Hier wordt bezien of het (deels) digitaliseren van het onderwijs een oplossing kan bieden, omdat het leidt tot kostenverlaging. Dat daarbij behoud van kwaliteit een vereiste is, is vanzelfsprekend. Als het lukt, wordt het mogelijk om het minimum aantal leerlingen dat nodig is om een school gaande te kunnen houden kleiner.

Dit soort oplossingen zijn maatwerk. Er bestaat geen blauwdruk hoe je hiermee om moet gaan, ook omdat het steeds afhankelijk is van de plaatselijke situatie. Voordeel van een vereniging van scholen is wel dat – weliswaar niet onbegrensd – vestigingen elkaar kunnen bijstaan. Bij het zoeken naar oplossingen in samenwerking met collega-scholen buiten de vereniging is het handelen vanuit een ‘winnen-verliezen’ denkraam verwerpelijk. Alle scholen, ongeacht tot welke organisatie ze behoren, staan immers ten dienste van de samenleving, en wel om het aanbod van goed onderwijs zo goed en zo lang het kan beschikbaar te houden.

Deel dit artikel