19 november 2019

Inspectie: Alert zijn op kwaliteit van het onderwijs op krimpscholen

TILBURG | NIEUWS | De kwaliteit van het onderwijs op basisscholen die te maken hebben met de effecten van een krimpende bevolking blijft doorgaans op peil. Wel moeten ze alert blijven op mogelijke risico’s die onderwijskwaliteit kunnen ondergraven.

Dat is een van de conclusies van de Onderwijsinspectie naar de gevolgen van een lager geboortecijfer in de provincies Limburg, Noord-Brabant en Zeeland. Uit onderzoek van de inspectie blijkt dat 16,9 procent van de 975 basisscholen in Brabant te maken heeft de gevolgen van krimp. In Limburg is dat 19,5 procent en in Zeeland 12,7 procent. En kleine scholen (minder dan honderd leerlingen) hebben aanzienlijk meer met deze problematiek te maken dan grote scholen (meer dan honderd leerlingen). De krimpproblematiek is overigens geen specifiek plattelandsprobleem, ook in wijken in de grote steden worden scholen geconfronteerd met leegloop.

Prognoses
En de verwachting is dat de trend zich de komende jaren zal doorzetten. Voor scholen is het echter lastig om voorspellingen te maken over toekomstige leerlingenaantallen. De kwaliteit van de prognoses vormen een probleem. En er moet gewerkt worden met flink wat onzekere factoren zoals de economische crisis en de gevolgen die dat heeft voor bijvoorbeeld woningbouw en arbeidsmarkt.

Uit het rapport van de inspecties komen de volgende risicofactoren met betrekking tot de onderwijskwaliteit naar voren:
–    Indirect: huisvesting (zoals lege lokalen), financiën (minder bekostiging) en personeel
–    Direct: o.a. grotere groepen, meer combinatiegroepen, klassenmanagement, minder tijd voor instructie en begeleide inoefening, structureel meer dan twee leraren voor de groep, meer taken voor stagiaires en minder budget voor nascholing, toename van ervaren werkdruk, minder tijd voor kwaliteitszorg

Psychologisch effect
De inspectie: “Al met al legt dit druk op de kwaliteit van het onderwijs. Aandacht dient er ook te zijn voor de psychologische effecten van krimp. Een krimpend team heft gevolgen voor de achterblijvers en de kwaliteit die zij moeten waarmaken. Ook wanneer de fase van krimp is afgerond en het leerlingen aantal is gestabiliseerd, blijven de effecten nog voelbaar. Dit geldt vooral voor de werkdruk en de samenstelling van het personeelsbestand.

Uit het onderzoek van de inspectie blijkt dat scholen in de regel tijdig anticiperen op dalende leerlingenaantallen. In eerste instantie vaak door de concurrentie met andere scholen aan te gaan en meer leerlingen proberen te werven. Pas als het effect van krimp blijvend blijkt wordt er naar aanpassingen in de organisatie gekeken. Het zoeken van samenwerking met andere scholen gebeurt (nog) relatief weinig.

Aanbevelingen
De inspectie doet op basis van haar onderzoek de volgende aanbevelingen:
–    Een integrale aanpak waarbij de betrokken scholen, besturen en gemeenten voor een langere tijd lijnen uitzetten
–    Niet alleen oog voor personele en financiële gevolgen, maar ook voor onderwijskundige keuzes
–    Scholing van leerkrachten in het werken met combinatiegroepen
–    Extra aandacht voor de invoering van passend onderwijs
–    Zie krimp niet louter als een bedreiging maar ook als een kans om het onderwijs organisatorisch en onderwijskundig anders in te richten.

> Lees hier het volledige rapport ‘Krimpbestendige onderwijskwaliteit in Zuid-Nederland’

Krimp in het onderwijs: ‘Nog niet overal leeft een gevoel van urgentie’ [2011]

Krimp kost 61 basisscholen in Brabant de kop [2011]

Deel dit artikel