24 oktober 2020

Klokken of koffieautomaten

Beroep: Onderwijs | Aflevering 4.9

COLUMN | Als geboren en getogen provinciaal heb ik een overtrokken beeld van Amsterdam. Dat ze daar vóórlopen op ons. Dat het bestaan daar flitsender is. Dus ik ging vol verwachting naar de workshop ‘Studentenraad op het ROC van Amsterdam’ tijdens een tweedaags congres dat ik mocht bijwonen (jaja) als kersvers lid van onze ondernemingsraad.
Hoe hadden ze dat georganiseerd, in de stad van het Maagdenhuisbezetting?(1)

Goed, vonden ze zelf. Maar ik viel van mijn stoel van verbazing toen er om een concreet voorbeeld werd gevraagd en dat bleek te bestaan uit klokken.
Klokken? Jazeker: klokken.
Nu zijn klokken op school een heikel onderwerp. Indertijd op Stappegoor in Tilburg, toen dat nog MTS heette, hing in elke gang een grote stationsklok Die kon je vanuit je lokaal zien dus dat was makkelijk. Onder aan die klokken zat een knop waarmee je ze kon verzetten, maar ze hingen tamelijk hoog dus de leerlingen konden er niet bij – en het was ook streng verboden aan die knop te zitten.

Evenwel, de leerlingen werden steeds langer en als ze de twee meter haalden konden ze bij die knop. Als ze niet alleen lang waren maar ook slim, dan verzetten de ze klok niet een heel uur, maar bijvoorbeeld tien minuten. Want wat gebeurde dan, om tien vóór twaalf? De klok die je vanuit je lokaal kon zien sprong op twaalf uur en een bijdehandje stak zijn vinger op en zei ‘Meneer, het is tijd’.
Nee, dan gaat de zoemer.
Nee, die is kapot, kijk maar op de klok.
Als je op zo’n moment niet helemaal bij de tijd was, dan trapte je er in en stormde de klas 5 minuten vóór tijd de deur uit, naar de aula. Triomf! Dan hadden ze de beste tafels daar en dat gaf status.
In één van de talloze verbouwingen sinds die tijd zijn de klokken verdwenen en niemand die ze mist.
Nee? Echt niet?

Toen ik de voorzitter van de studentenraad van het ROC van Amsterdam vroeg om een concreet geval van wat ze bereikt hadden, als studentenraad, kwam hij met een maf voorbeeld (hij vond dat zelf ook):
‘Nou, er hingen helemaal geen klokken in de school en dat vonden studenten lastig en dat hebben we toen aangekaart en de directeur zei Klokken? Echt waar? Klokken? Ga naar facilitair en bestel alle klokken die je maar kunt verzinnen. En nu hangen er allerlei klokken in de school.’ (2)

Amsterdam for you! Ik moet zeggen, dat is niet precies het beeld dat ik van die stad had. Toen ik zelf voorzitter van de leerlingenraad was, op het Tilburgse Cobbenhagencollege in (let op) 1966, en ze hadden mij om zo’n voorbeeld gevraagd, dan had ik gezegd: koffieautomaten!
Die waren er eerst niet en nu zijn ze er wel, voor de leerlingen uit de  vierde en de vijfde klas.
De koffieautomaten van Tilburg zijn de klokken van Amsterdam. Ja, 50 jaar later!  

(1)    Als je Amsterdam de stad van de Maagdenhuisbezetting noemt, moet je meteen erbij zeggen dat de Karl Marxuniversiteit in Tilburg al eerder werd opgericht. Bij deze dus.    
(2)    Ik haast mij te zeggen dat het hier slechts om een voorbeeld gaat dat ik columnistisch uitbuit. De studentenraad van het ROC van Amsterdam zit bijvoorbeeld ook bij sollicitatiegesprekken van docenten en heeft dan een reële stem in het kapittel. Kijk, dat is andere koek dan koffie.

Lees hier vorige column

Deel dit artikel