12 november 2019

Is Allah groot?

Beroep: onderwijs | Aflevering 5.21

Column |
1.Brabants Dagblad van afgelopen zaterdag had een reportage over twee radicaliserende jonge moslims, de Nederlands-Marokkaanse Sultan en de Koerdisch-Nederlandse Azad. Sultan is inmiddels door eigen toedoen gesneuveld – samen met elf Iraakse agenten die hij meenam op zijn weg naar het paradijs.
Omdat het hemd nu eenmaal nader is dan de rok, zocht ik in het artikel naar de opleiding van deze Nederlandse jongens en mijn vermoeden bleek te kloppen: ze zaten allebei op een (en hetzelfde) Regionaal Opleidingen Centrum. Een Limburgs ROC dus, ik ga niet speculeren welk want voor de collega’s is dit al lullig genoeg.

Dat zet je aan het denken – in elk geval zette het mij aan het denken want ik raakte vorige week tijdens de lunchpauze verzeild in een gesprek met een aantal collega’s over één van hun studenten die bij ons op school een ruimte zocht om te kunnen bidden en daarover in gesprek / conflict raakte met een docent / studieloopbaanbegeleider. Wat moet je daarmee en wat vonden wij daarvan?

Ik heb de neiging om dit soort zaken te bagatelliseren, om er vooral geen drukte over te maken omdat drukte makkelijk leidt tot escalatie, terwijl als je even, tijdelijk, de andere kant op kijkt, gaat het vanzelf over. Dat denk ik echt, maar nu Brabants Dagblad: ‘Op school begint het gedrag van Sultan op te vallen. … De stille student … wil bidden op school.’
Hé, daar heb je het dus: de aanzet! Hoe moet je daarmee omgaan? Laten gaan en de andere kant op kijken of ingrijpen – waarbij een overweging zou kunnen zijn dat ie anderen meesleept in zijn radicaliseringsproces, als ie ongestoord zijn gang kan gaan.

Wat is wijsheid? Ik citeer nog een keer de krant: ‘Het wordt nodig paal en perk te stellen aan de door hem gekozen gebedsmomenten.’ De collega’s grijpen dus in en tenslotte wordt Sultan geschorst, maar: ‘Vader en moeder valt op dat hij verandert in de tijd dat hij niet op school mag verschijnen.’
Ik lees het zo: het radicaliseringsproces wordt onomkeerbaar in de periode dat hij aan zichzelf en zijn valse profeten wordt overgelaten, dus op het moment dat de buitenwereld het contact verbreekt door hem te schorsen.

2.
Klinkt bizar, maar ik kan ’t me zo goed voorstellen, die keuze voor de jihad. Je bent 18 en zoekende: wat moet ik doen? Hoe moet ik leven? Je kijkt om je heen en je leest eens een stukje in de Koran. Hm. Kinkt goed. Geeft houvast.
Toen ik 18 was stelde ik ook dat soort vragen. We lazen boekjes van Marx en Mao. We discussieerden en demonstreerden. Dat ging gewoon over. Maar als je naar Syriè reist, dat gaat niet over. Wel uit.

> Vorige aflevering In de combatzone…

Deel dit artikel