9 december 2019

CDA Brabant benoemt drie kernthema’s voor mbo en hoger onderwijs

EINDHOVEN | NIEUWS | Het CDA in Brabant vindt dat er drie thema’s zijn die de kern zouden moeten vormen van de onderwijsparagraaf van het programma van de partij.

Dat zijn de menselijke maat/kleinschaligheid, de intensivering van studies (‘de lat ‘hoger’) en minder centrale sturing door Den Haag. Als subthema werd daar nog aan toegevoegd meer aandacht voor excellente leerlingen. Bovendien bleek er brede steun voor het omzetten van de studiefinanciering in een sociaal leenstelsel. Een opvallend standpunt want in de Tweede Kamer is het CDA daar mordicus tegen.

Maar volgens Paul Rüpp is het van de gekke dat ook kinderen van goed verdienende ouders, zoals hijzelf, geld van de overheid krijgen om te kunnen studeren. Als er een goede regeling komt voor lagere inkomens en een borging van de toegankelijkheid van het onderwijs, dan is een leenstelsel volgens het CDA in Brabant alleszins te verdedigen.
De thema’s waren de uitkomst van een stevig inhoudelijke gedachtewisseling met een veertigtal belangstellenden op de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e). De avond was de tweede in een reeks van drie waarin het toekomstig onderwijsbeleid van het CDA wordt bediscussieerd. In Eindhoven stonden het mbo en het hoger onderwijs centraal.

Ongenoegen

Verzandde een eerder debat in Tilburg vooral in ongenoegen over de bezuinigingen op passend onderwijs door de eigen minister, in Eindhoven sleurde debatleider Marcel Wintels als een heuse wielercoureur het peloton naar een concreet resultaat. Hij ‘eiste’ dat de zaal aan het eind van het debat drie thema’s zou benoemen. Het aardige van de gedachtewisseling was dat niet alleen een eigen prominent (Paul Rüpp, bestuursvoorzitter van Avans Hogeschool) een voorzet mocht geven, maar ook Jo van Ham (lid van het college van bestuur van de TU/e en VVD-stemmer) en Jan van Zijl (voorzitter MBO-raad, oud PvdA-Kamerlid).

Die diversiteit van de inbreng leverde vooral bij het thema van de kleinschaligheid verschillende waarnemingen op. Van Ham bekritiseerde de in zijn ogen enorme omvang van hogescholen en mbo-scholen en roemde zijn eigen TU/e als goed voorbeeld van kleinschaligheid. Met 7000 studenten, weinig overhead (16 procent) en veel ruimte voor docenten om het onderwijs naar eigen inzicht te organiseren. “In de persoon van de rector zijn de docenten in het bestuur optimaal vertegenwoordigd.”

Academies

Dat liet Rüpp niet over zijn kant gaan. “Ik heb zelf als docent acht jaar voor de klas gestaan.” En hij deed uit de doeken dat Avans (26.000 studenten, verdeeld over drie steden) bestaat uit 19 academies die allemaal een overzichtelijke schaal hebben. De kunst is wel, erkende hij, om te waken dat er grote tussenlagen in het management ontstaan. En klein is niet altijd goedkoper, verwees hij naar HAS Den Bosch. “Daar zijn 2200 studenten, een college van bestuur van 3 personen, daaronder 5 directeuren en een  aantal coördinatoren”.

Jan van Zijl verweet zijn universitaire collega Van Ham een verkeerde beeldvorming over zogenaamd megalomane instellingen. “Ik verzet me daar zeer tegen, die beeldvorming heeft ons al veel schade berokkend. Het mbo is in Nederland verdeeld over 700 locaties met gemiddeld 700 tot 800 studenten. Een doorsnee middelbare school is een flink stuk groter.”

Eensgezind

Meer eensgezindheid was er over de andere items die ter sprake kwamen. Zoals dat de doorlopende leerlijn (v)mbo – hbo – wo nog flink verbeterd kan en moet worden. Dat in de plannen van de staatssecretaris het deeltijdonderwijs zo duur wordt dat het aantal studenten (vaak werkenden) fors gaat dalen. Dat leerlingen in het Nederlandse onderwijssysteem een veel te vroege keus moeten maken. Dat het Nederlandse hoger onderwijs – in weerwil van de publieke opinie – in internationaal opzicht tot de top behoort. En dat studies en opleidingen steviger opgetuigd moeten worden en studenten meer moeten uitdagen.

Van Ham pleitte er ook voor om te snijden in ‘pretstudies’ die mensen opleiden voor banen waar geen behoefte aan is. Hij noemde in dit verband een studie als psychologie, die veel bèta’s trekt die beter een studie aan een TU zouden kunnen volgen. Maar Rüpp en Van Zijl vinden dat er opt dit moment in Nederland wat al te gemakkelijk over zogenaamd overbodige studies wordt gesproken. Van Zijl had het zelfs over een ‘beetje demagogie’. Rüpp: “Hbo’ers hebben gemiddeld ruim drie maanden na het behalen van hun diploma een baan.” Bovendien moeten jongeren de kans hebben een keus te maken en kan er geen overheid zijn die dwingt om een bepaalde studie of opleiding te volgen.

Deel dit artikel