23 augustus 2019

Scheikunde: 4 natuurkunde: 4 wiskunde: 4

Beroep: onderwijs | Aflevering 5.28

COLUMN | In 1969 bleef ik zitten in de vierde klas van de HBS, op het Cobbenhagencollege in Tilburg. En niet zo maar, als een soort ongelukje. Nee: glorieus! 4 voor scheikunde, 4 voor natuurkunde, 4 voor wiskunde. En omdat ik HBS-b deed was dat hilarisch, die cijfers. Wat deed die gast in de b-richting?

Wat ik daar deed? Nou, ik wilde dat gewoon en ondanks heftige, bijna onfatsoenlijke druk vanuit de schoolleiding hield ik mijn poot stijf. B wilde ik en B zou ik. En ja, de schoolleiding zal wel gelachen hebben om dat ‘overgangs’-rapport van mij.  Maar wie het laatst lacht, lacht het best. In 1971 haalde ik mijn HBS-b  diploma. 8 voor scheikunde, 7 voor natuurkunde 8 voor wiskunde. Oh zo!

Waarom dit oprakelen? Nou kijk, die exacte vakken, dat is dus iets wat je gewoon kunt leren. Ik had er echt geen aanleg voor, maar in mijn examenjaar ben ik er voor gaan zitten en heb het mezelf geleerd. Dat kan, echt waar.
Nog een keer: waarom dit oprakelen? In het Onderwijsblad van 20 maart stond een column van Ton van Haperen over betamanie en bètablokkers: onder invloed van de overheidscampagnes van de laatste jaren zouden veel leerlingen kiezen voor een exact pakket zonder dat ze daar aanleg voor hebben – en dus hopeloos mislukken.

Ik bedoel maar: dat is echt onzin. Er is geen geheimzinnig beta-talent dat onmisbaar is voor schoolvakken als wis- en natuurkunde. Gewoon opletten in de les en je huiswerk maken: er voor gaan zitten tot je het snapt.
Waar dat toe leidt is weer een andere zaak. Na de HBS ben ik geschiedenisleraar geworden en daarbij had ik niets aan al die formules en reacties en die functies met hun onbekenden. Maar spijt van mijn b-keuze? Nee hoor. Ik denk nog steeds met veel genoegen terug aan het gezicht van de rector toen ik hem bij de diploma-uitreiking mijn puntenlijstje toonde.

Het onderwijsblad publiceerde deze column als reactie op Van Haperen.  

> Vorige aflevering: Student? Gotspé!

Deel dit artikel