13 december 2018

Leesmethode van frater Caesarius Mommers staat na zestig jaar nog als een huis

SYMPOSIUM

Frater Caesarius Mommers, beeld uit YouTubefilm.

ACHTERGROND | Dat frater Caesarius Mommers zestig jaar geleden aan het ontwikkelen van een leesmethode kon beginnen, is te danken aan een bijzondere samenloop van omstandigheden. In 1958 stonden de persen van het RK Jongensweeshuis in Tilburg vrijwel stil omdat de twee bestaande leesmethoden van deze uitgeverij nauwelijks nog aftrek vonden in het onderwijs.

Het toeval wilde dat frater Caesarius Mommers (1925 – 2007) juist op dat moment de scriptie ‘Aanvankelijk lezen’ geschreven had in het kader van zijn studie MO-B Pedagogiek aan de Katholieke Leergangen. In die scriptie fileerde de frater 27 bestaande leesmethodes die in het Nederlandse onderwijs gebruikt werden, maar die geen van alle voldeden. Dus was de vraag van de congregatie Fraters van Tilburg aan Caesarius of hij een methode kon schrijven die leerlingen wel succesvol leerde lezen  – en waardoor de persen van het RK Jongensweeshuis weer konden draaien.

Zo geschiedde. Met een team van deskundige geestverwanten ontwikkelde hij een methode – later bekend geworden als ‘Veilig leren lezen’ – die het lager onderwijs in Nederland stormenderhand veroverde. Eind jaren zeventig bedroeg het marktaandeel liefst negentig procent.

De wat wonderlijke ontstaansgeschiedenis van de methode werd vrijdag 5 oktober verteld door Ger Janssen op een symposium gewijd aan Frater Caesarius Mommers, een initiatief van de gelijknamige stichting. Janssen is oud-directeur van Uitgeverij Zwijsen die sinds jaar en dag ‘Veilig leren lezen’ uitgeeft.

Proefschrift

Sjak Rutten (1951) hoopt in februari volgend jaar aan de UvA te promoveren op de biografie van de legendarische frater, die ook wel de ‘leesvader’ van Nederland en Vlaanderen wordt genoemd. Omdat naar schatting tien miljoen kinderen dankzij ‘Veilig leren lezen’ een degelijke basis kregen voor hun latere schoolloopbaan, en hun latere leven.

V.l.n.r. Cor Arnoutse (voorzitter van de Dr. Caesarius Mommers Stichting), Ger Janssen, Sjak Rutten, Astrid Geudens en cabaretier Ivo de Wijs.

Waarom sloeg de leesmethode van Mommers c.s. zo snel aan, en waarom houdt dat succes tot op de dag van vandaag aan? Promovendus Rutten noemde er tijdens het symposium een aantal. Mommers was een kloosterling en had dus alle tijd om zich nauwgezet te wijden aan zijn opdracht.
Hij promoveerde aan de universiteit van Nijmegen, gaf als hoofddocent talloze colleges, schreef maar liefst 280 boeken en wetenschappelijke artikelen en verzorgde vele lezingen. Zijn invloed op het leesonderwijs is volgens Rutten nauwelijks te overschatten.

Tekortkomingen

Maar meer nog speelden de tekortkomingen in het lager onderwijs in de jaren zestig een rol. Dat waren er drie volgens Rutten en ze klinken – helaas – nog verdacht actueel:

– In de eerste klas van de lagere school bleef 11 procent van de kinderen zitten omdat ze onvoldoende konden lezen. Dat was ook niet bevorderlijk voor het zelfbeeld van die kinderen.

– Uit onderzoek eind jaren vijftig was gebleken dat niet alle kinderen gelijke kansen hadden in het onderwijs. Dat gold niet alleen voor arbeidersgezinnen, maar ook voor kinderen uit boerengezinnen.

– De gebrekkige aansluiting van het kleuteronderwijs op het lager onderwijs.

De leesmethode van Mommers kwam als geroepen. Kenmerkend was de strakke structuur, die oude methoden ontbeerden. En het zogeheten automatiseren, het door herhaling inslijpen van opgedane kennis. De nieuwe aanpak wierp aantoonbaar vruchten af. En omdat de methode bovendien niet overgoten was met een confessioneel sausje, kreeg ze de wind in de zeilen door het proces van ontzuiling. “Het succes overkwam Caesarius”, aldus Rutten.

Bescheidenheid

De frater was de bescheidenheid zelve, memoreerde Ger Janssen (1938). Hij liet er zich niet op voorstaan dat hij de beste leesmethode had ontwikkeld, want, zo zei frater Caesarius, er bestaat geen beste methode. Bovendien was in zijn optiek de rol van de leerkracht belangrijker dan de methode. Hij heeft er zich daarom gelijktijdig sterk voor gemaakt dat leerkrachten goed worden getraind in het werken met een methode.

Ook dat is een actueel thema, critici vragen zich af of alle leerkrachten vandaag de dag wel voldoende gekwalificeerd zijn. Iemand als dr. Cees Vernooy, die in de voetsporen van Mommers wel de ‘leesoom’ wordt genoemd, ziet daarin de belangrijkste verklaring voor (internationaal) achterblijvende resultaten in het Nederlandse leesonderwijs.

Kim-versie

‘Veilig leren lezen’ heeft nog altijd dezelfde basis, maar blijft onder invloed van nieuwe wetenschappelijke inzichten en praktijkervaringen in ontwikkeling. Zo is er nu de zogeheten kim-versie van de methode. Die is gebaseerd op de opvatting van Mommers dat automatiseren bij het aanvankelijk lezen sterk op de voorgrond moet staan. Daarbij wordt ook gebruik gemaakt van digitale hulpmiddelen, omdat die een op het individuele kind gerichte aanpak mogelijk maakt.

Overigens geheel in de geest van Caesarius, want die had al vroeg oog voor de mogelijkheden die de computer biedt voor het leesonderwijs. Met de kim-versie worden volgens Astrid Geudens (1976), hoofdauteur bij Zwijsen en verbonden aan de lerarenopleiding van Thomas More in Leuven, betere resultaten geboekt dan met bestaande leesmethoden.

 

In 2017 verscheen ‘Ik ben van boom, roos, vis, over leren lezen’, ter herinnering aan dr. Caesarius Mommers. Geschreven door Ger Janssen, m.m.v. Huub Lucas. Vormgeving Hans Lodewijkx.

 

Zie ook: Eindelijk straatnaam voor frater Mommers

 

Deel dit artikel