25 april 2017

Maurice de Hond: De school van nu is een soort museum

INTERVIEW | De opiniepeilingen van Maurice de Hond (65) zijn wijd en zijd befaamd. Dat hij zich ook met onderwijsinnovatie bezighoudt is minder bekend. Al vanaf de jaren tachtig denkt hij na over de vraag hoe ict een plek kan krijgen in het onderwijs. De school van nu loopt ver achter en leidt leerlingen op voor de samenleving van 1990. De Hond: De school is een soort museum geworden.De Steve Jobsschool moet daar een eind aan maken.

Tekst Emmanuel Naaijkens   Foto’s Dirk Kreijkamp
___________________________________

Maurice de Hond

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Welke herinneringen hebt u aan uw middelbare school?

“Ik deed HBS B op het Maimonides (joods lyceum in Amsterdam, red.). Leren ging mij gemakkelijk af, ik was nieuwsgierig. Wat ik er wel afgeleerd heb is om ooit nog voor mijn plezier naar toneel te gaan. Op een zondagmiddag moesten wij verplicht naar de Gijsbrecht. Verschrikkelijk saai voor een jongen van zestien.”

Kreeg u daar goed onderwijs?

“Mijn gevoel daarover wordt steeds meer bepaald door hoe ik nu over school denk. Veel van wat ik later geleerd heb zou ik tijdens mijn schoolperiode hebben willen leren. En van veel dingen die we wel moesten leren heb ik me later afgevraagd wat de waarde ervan was. Op de lagere school hebben ze bijvoorbeeld het rijtje Bali, Lombok, Soembawa, Soemba, Floris, Timor (half Portugees) erin geramd. Terwijl Indonesië al jaren onafhankelijk was.”

Dit soort feitenkennis is niet meer belangrijk?

“Nee, we moeten totaal anders over kennis gaan denken. Ik sprak laatst een student en die zei, mijn definitie van een tentamen is dat ik een paar uur moet vergeten dat Google bestaat. In de toekomst hebben we altijd en overal wat nu nog internet heet. Dus alle kennis in de hele wereld is altijd tot je beschikking. Dat betekent dat je op een heel andere manier moet omgaan met: Wat is eigenlijk school? Wat moet je daar leren en welke ervaring moet je daar opdoen? Maar de mensen die nu over het onderwijs gaan zijn de mensen van boven de veertig, en die denken aan de school uit hun eigen jeugd. Voor de overheid gaat het om de PISA-scores, maar dat zijn de scores van het verleden. Je ziet er de 21ste century skills niet in terug. Belangrijk zijn creativiteit, digitaal, samenwerking. We sturen kinderen nu naar een soort museum. Een vrijwel geheel analoge omgeving, terwijl kinderen buiten school vooral in een digitale omgeving actief zijn. We bereiden kinderen van nu niet op voor de samenleving van 2025, maar van 1990.”

Hoe ziet de ideale school eruit?

“Laat ik een voorbeeld geven. Ik heb op het Vmbo Calvijn in Nieuw West in Amsterdam een lezing gegeven voor vijftig leraren en vijftig leerlingen. Het thema was: Hoe richt je een nieuwe school in. Ik heb de leerlingen gevraagd, hoeveel tijd ben je online? Vier uur gemiddeld. De helft van de leerlingen heeft thuis een tablet! Als je leerlingen vraagt hoe in hun ogen een school er uit zou moeten zien, dan komen daar hele zinvolle dingen uit. Leren doe je voor een belangrijk deel met behulp van technologie, vaker thuis nog dan op school. De school is de plek waar een docent de leerling kan begeleiden en waar hij mee kan overleggen. Of via technologie. De school is een aantrekkelijke plek om elkaar te ontmoeten. En je doet er activiteiten die je niet in de digitale wereld doet. Je hebt een veel groter aanbod aan vakken, zodat je aan kunt sluiten bij de interesses van leerlingen. Dat kan als je gebruikt maakt van technologie. Ieder kind kan zijn eigen ontwikkeling maximaliseren. Een heel andere school dan die ze nu moeten bezoeken.

> We zijn in het onderwijs niet bezig
om het beste uit leerlingen te halen

Kun je het wel anders organiseren?

“Dat ligt aan ons. Elke keer komt dat argument terug. Vijftig jaar geleden leek de wereld buiten school op die binnen de school. Maar dat is niet meer zo. Die leerlingen in West leven in een digitale wereld, maar ze zitten in een gebouw dat zo uit de DDR in 1960 lijkt te komen. En daar worden ze zes uur per dag in opgesloten. Ik hoor alleen maar van scholieren van 15, 16 jaar dat school saai is. Wat we doen is een structuur aanbrengen die ervan uitgaat dat leerlingen eigenlijk niet wíllen leren.”

Dat is nogal een verwijt.

“Ik zeg de dingen altijd wat zwart-wit. Ik heb respect voor de mensen in het onderwijs. Zij proberen onder moeilijke omstandigheden er het beste van te maken. Maar als het onderwijs niet aansluit bij wat er buiten de school gebeurt en niet op de toekomst, dan kun je je afvragen wat nog de relevantie van school is. We conditioneren kinderen vanaf hun vierde tot hun 23ste om toetsen te doen en studiepunten te halen. Maar we zijn niet bezig om die kinderen op allerlei manieren uit te dagen en het beste uit zichzelf te halen en echt voor te bereiden op hun toekomst.”

Zit de relevantie niet in het aanleren van basisvaardigheden bijvoorbeeld. Je kunt niet alles googlen.

“(Zucht) Mensen die deze kritiek hebben snappen niet hoe dingen werken met technologie. Google is een onmetelijke kast met informatie die ik, op het moment dat ik het nodig heb, krijg. De kans dat die informatie dan bij je blijft is groot. Dat zit hem in interesse, je onthoudt informatie vanwege de relevantie. Je had namelijk een reden om het op te zoeken. En dat ontbreekt juist als op een donderdagmiddag tijdens een bepaald vak die informatie aan de orde komt omdat het op het lesrooster staat. Wat wij nu als basiskennis formuleren is over tien jaar misschien helemaal geen basiskennis meer. Het is vrij aanmatigend om te denken dat wij nu al weten dat die informatie er dan nog toe doet. Ik bedoel, waarom besteden we nog wel veel tijd aan het leren van schrijfletters en niet aan verplicht met tien vingers blind leren typen?”

Het leerstofjaarklassysteem heeft dus zijn langste tijd gehad?

“Tot dertig jaar geleden was dat de enige manier, er was nog geen technologie om het anders te doen. De organisatie van toen was een afgeleide van de mogelijkheden. Hoe moest je anders met één leraar en veertig leerlingen stof overdragen? Maar dat is niet de maatstaf hoe je het vandaag de dag moet doen. Ik hoor vaak zeggen: op onze school wordt ieder talent ontwikkeld. Dat is niet meer dan een reclameslogan want in het huidige systeem wordt dat doorgaans niet waargemaakt.”

Is er dan geen sprake van een kentering?

“Jawel, vijf jaar geleden kreeg ik met mijn verhaal nog pek en veren over me heen. Nu vragen schoolleiders, wat kunnen we doen? En dan zeg ik, vraag het aan jullie leerlingen! En het gebeurt, bijvoorbeeld op het Hondsrug College in Emmen, daar hebben alle leerlingen en docenten een iPad. Maar de directeur moet vechten tegen zijn omgeving die niet doorheeft wat er gebeurt. Er is een kentering, maar het is trekken en duwen.”

[Dit interview is eerder gepubliceerd in VO-magazine]

> Zie ook Dirk Kreijkamp Photography

Print Friendly