13 augustus 2020

Veranderende positie van de zorgcoördinator

COLUMN | Binnen het voortgezet onderwijs kent iedere school een zorgcoördinator. In tacht procent van de gevallen is dat tevens de voorzitter van het Zorg en Advies Team (ZAT).

Zorgpartners, waaronder Schoolmaatschappelijk werk en Jeugdgezondheidszorg, maar ook Leerplicht, maken deel uit van het ZAT en vertegenwoordigen daarmee de gemeenten met hun gemeentelijke taken, vaak ondergebracht in Centra voor Jeugd en Gezin.

Het heeft lang geduurd voordat de zorgpartners zichtbaar aanwezig zijn binnen de scholen. Nu dat stadium langzaamaan wordt bereikt doen de zorgcoördinatoren er goed aan de eigen positie te heroverwegen. Tot nu toe voelden zij zich verantwoordelijk voor de kwetsbare jongeren binnen de school, die vaak ook thuis problemen hadden. De zorgcoördinator was in veel situaties de spin in het web naar alle hulpverleners rondom de jongere en het gezin.

Nu de zorgpartners steeds meer aanwezig en ook actief zijn binnen het onderwijs, krijgt de zorgcoördinator de kans zich te concentreren op de onderwijsondersteuning van jongeren in de klassensituatie. En dat is precies waar het om gaat met de komst van Passend Onderwijs. Wat heeft een jongere met een ondersteuningsprofiel nodig om succesvol te kunnen zijn? Welke informatie gaat naar docenten en welke ondersteuning kan hen geboden worden?

Juist daarop zal de aandacht van de zorgcoördinator zich de komende tijd richten. Op de schoolse situatie, op het functioneren in de klas en op het beleid in de school om kwetsbare jongeren passend onderwijs te bieden. De zorgpartners vanuit de CJG’s zullen zich meer en meer richten op de thuis- en vrije tijdssituatie. Het is vanzelfsprekend dat beiden elkaar nodig hebben en door samenwerking een geoliede tandem gaan vormen.

> Lees hier vorige column

Deel dit artikel