9 augustus 2020

Riskant beleggen in het onderwijs, geschiedenis herhaalt zich

ACHTERGROND | Aan het eind van de vorige eeuw waren er economen die dachten dat economische en financiële crises tot het verleden zouden behoren.

Prof. Luc Soete was een van de profeten van deze heilsverwachting. Dankzij de Nieuwe Economie zouden de bomen voortaan écht tot aan de hemel groeien. De grondstof was de digitalisering van de samenleving. Internetbedrijven waren meer waard dan traditionele bedrijven als Philips, Akzo Nobel of Unilever. Wilde je een mooi rendement halen dan moest je niet in suffe (staats)obligaties beleggen maar je geld steken in bedrijven die explosief in waarde stegen. We weten wat er daarna volgde: De dotcomcrisis met koersen die in een razend tempo daalden.

Ook onderwijsinstellingen kwamen ruim tien jaar geleden in de verleiding om hun reserves meer te laten renderen. Toen dat aan het licht kwam ontstond daar veel ophef over. Een van de opvallendste beleggers was Ons Middelbaar Onderwijs. Dit bestuur had een kwart van de reserves belegd in aandelen, waaronder ook die van technologiebedrijven.

Paradoxaal genoeg pakte alle gedoe in media en Tweede Kamer over het beleggingsbeleid in onderwijsland voor OMO gunstig uit. Toenmalig voorzitter Kraakman gaf vanwege alle kritiek de bank opdracht de aandelen te verkopen. Dat was vóór de internetzeepbel uiteen spatte. OMO boekte zelfs een mooie koerswinst, maar belangrijker was dat het bestuur daarmee een financieel debacle voorkwam.

En nu zien we dat de geschiedenis zich herhaalt. Tal van instellingen in de (semi-) publieke sector blijken zich financieel flink in de nesten te hebben gewerkt. Het riskante beleggingsproduct heet nu ‘derivaat’. Een instrument om bijvoorbeeld renterisico’s af te dekken. Maar waarvan de uitkomst allesbehalve zeker is. Aan het einde van de looptijd kan blijken dat de instelling een flinke en vooral dure kat in de zak heeft gekocht.De vraag is of de rentederivaten door de bestuurders werkelijk als beschermingsconstructie waren bedoeld, of dat stiekem gehoopt werd op een leuke beleggingswinst. Met andere woorden, dat er sprake is van speculatie.

 

 

 

 

• Het bestuursbureau van ROC West-Brabant is gevestigd in dit gebouw in Etten-Leur dat ook door andere bedrijven wordt gehuurd.

 

Het riskante beleggingsbeleid van een aantal onderwijsinstellingen ruim tien jaar geleden was voor OCW aanleiding om nieuwe treasuryregels uit te vaardigen. Dat resulteerde in de Regeling Belenen en Beleggen (RBB) voor onderwijsinstellingen. Het oogmerk was om instellingen ertoe aan te zetten om ‘risicomijdend’ te beleggen, ingegeven door maatschappelijk aanvaardbare normen. Derivaten zijn volgens deze regeling toegestaan, mits ze een hoge rating hebben.
De RBB is in 2009 – Plasterk was toen minister – herzien. Dat was naar aanleiding van het omvallen van de IJslandse bankwereld. Overheden en maatschappelijke instellingen hadden daar hun geld tegen een onwaarschijnlijk hoge rente gestald.

En weer klinkt de roep voor Haags ingrijpen in het treasurybeleid van de instellingen. Want het moet maar eens afgelopen zijn met ‘onderwijsmanagers die amateurbankiertje spelen’ (zegt GroenLinks Kamerlid Jesse Klaver). Alsof het niet professionele bankiers zijn die mede debet zijn aan de huidige schuldencrisis.

De les is deze. Welke regeling je ook van hogerhand oplegt, het biedt geen enkele garantie voor de toekomst. Tien jaar geleden werden aandelen taboe verklaard, maar werden obligaties veilig geacht. Inmiddels weten we beter, ook op obligaties kun je forse bedragen verliezen. Instellingen moeten gewoon een terughoudend financieel beleid voeren. En vooral niet proberen om ambitieuze plannen te realiseren door een voorschot te nemen op toekomstige, onzekere baten. Dat is voor een bestuur misschien minder spectaculair maar goed voor de continuïteit van de instelling.

Bestuurders zouden onderstaande handreiking van de Onderwijsinspectie (voorjaar 2011) boven hun bureau en eigenlijk zelfs boven hun bed moeten spijkeren:

“Bij elke regeling is het mogelijk om de grenzen van betreffende regeling op te zoeken. Bij de regeling Beleggen en Belenen betekent dit dat dan gekozen wordt voor meer risico om een hoger rendement te behalen. Immers risico en rendement zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De geest van de wet richt zich echter, zoals hierboven beschreven, op prudentie en niet op rendement. Voor het naleven van de regeling zou dus voorop gesteld kunnen worden: “bij twijfel, niet inhalen”. Oftewel, men dient vooraf na te gaan hoe verstandig het is om een beslissing te nemen die, uiteraard volledig binnen de gestelde regels, een hoger rendement geeft maar gelijktijdig ook een hoger risico inhoudt. De interpretatie van de regeling mag nooit strijdig zijn met de algemene uitgangspunten.”

———————————————————-

Voorbeeld van renteswaps (een vorm van een derivaat) van ROC West-Brabant (bron jaarverslag 2011)
Rabobank
Als zekerheid voor de door de Rabobank verstrekte geldleningen en kredietfaciliteiten is verstrekt:
– hypothecaire inschrijving ad € 25.000.000 op het onroerend goed te Etten-Leur
– borgtocht ad € 7.900.476 door St. Waarborgfonds BVE
– verpanding huurgarantie, rechten uit putoptie, huurpenningen, garantie fiscaliteit, garantie afbouw en debiteurenvorderingen
– positive-negative pledge, pari-passu verklaring, cross-default.
Op de lening met rentepercentage 5,25% is een renteswap afgesloten. Deze renteswap heeft een looptijd tot en met januari 2014. De marktwaarde van de renteswap bedraagt ultimo boekjaar – € 1.189.374.

ING
Als zekerheid voor de door de ING verstrekte geldleningen en kredietfaciliteiten is verstrekt:
– hypothecaire inschrijving ad € 75.000.000 op onroerend goed van St. ROC West-Brabant
Op de lening met rentepercentage 5,05% is een renteswap afgesloten. Deze renteswap heeft een looptijd tot en met juni 2025. De marktwaarde van de renteswap bedraagt ultimo boekjaar – € 8.864.635.

De instelling is er overigens van overtuigd dat het om een degelijk instrument gaat staat in het jaarverslag te lezen:

2.14 Financiële instrumenten
ROC West-Brabant past kostprijshedge-accounting toe voor de renteswaps die ervoor zorgen dat bepaalde variabel rentende schulden worden omgezet in vast rentende leningen. Het ineffectieve deel van de waardeverandering van de renteswaps wordt verantwoord in de winst-en-verliesrekening onder de financiële baten en lasten. Voor de renteswaps van ROC West-Brabant is geen sprake van een mogelijk ineffectief deel aangezien het beleid is dat de swaps ten alle tijden perfect gehedged zijn.

Deel dit artikel