21 november 2019

Noviteit in het primair onderwijs: een veertigurige werkweek

UTRECHT | ACHTERGROND | De nieuwe cao in het primair onderwijs bevat ook een opvallende noviteit, namelijk de invoering van de veertigurige werkweek. Dat betekent een breuk met het huidige systeem dat gebaseerd is op de zogeheten normjaartaak. In dat systeem wordt de maximale werktijd per jaar vastgesteld op 1659 uur.

Maar deze regeling werkt het gevoel van ‘hollen en stilstaan’ in de hand. Het aantal uren dat een leerkracht werkt is ongelijk verdeeld over de weken, er zijn afwisselend pieken en dalen. In de nieuwe cao wordt de werkweek gemaximeerd op 40 uur. Dat moet leiden tot een verminderde (ervaren) werkdruk en een betere balans van de werkzaamheden. Het totale aantal uren blijft dus gelijk, namelijk maximaal 1659 uur, maar die worden gelijkmatiger verdeeld over het schooljaar.
Nieuw is ook dat de regel van het maximale aantal lesuren of lesgebonden taken minder strikt van toepassing is. Dat maximum is nu bepaald op 930 uur, maar de schoolleiding mag in de nieuwe cao met een individuele leerkracht afspreken om dat aantal op te hogen. Overigens komen jonge leerkrachten daar niet voor in aanmerking.

Couleur locale
Bovendien krijgen scholen de mogelijkheid om die norm van 930 uur helemaal los te laten. In die situatie worden er op teamniveau afspraken gemaakt over de verdeling van de (onderwijs)taken. Dat biedt een school de mogelijkheid om haar pedagogische en didactische visie naar eigen inzicht in te vullen. Harde voorwaarde is wel dat het personeel een beslissende stem heeft in het al dan niet invoeren van het model.
Voor een deel van de schoolleiders gaat met deze vernieuwing een grote wens in vervulling. Zij vonden dat de vorige cao teveel een eenheidsworst was en onvoldoende ruimte bood voor de ‘couleur locale’ van de eigen school.

> Zie ook: Historische mijlpaal: het einde van de Bapo; cao-akkoord po 2014

Deel dit artikel