30 juli 2021

Ouwe snoeperd

Beroep: Onderwijs | Aflevering 3.23 

COLUMN | Ik loop door de volle aula en op het moment dat ik langs een tafel met kauwende monteurs loop, gaan aan de tafel ernaast een stuk of zes aardige meiden zitten. Wat zeg ik, ‘aardige meiden’? Het zijn regelrechte beauties, zie ik – en ik zie de monteurs ook vol waardering kijken.
Regelmatige lezers van deze column voelen aankomen wat er vervolgens gebeurt: ik vertraag mijn pas enigszins en spits mijn oren in de hoop op een snedig commentaar – dan heb ik weer een stukje te schrijven.
Dat snedige commentaar komt, maar het pakt  anders dan ik had verwacht. De monteurs zien de hot chicks komen en bevallig neerstrijken, maar happen onverstoorbaar in hun boterhammen met een blik van ‘we hebben wel wat anders aan ons hoofd’. En één van hen kijkt naar mij, ziet mij kijken en terwijl ik hem passeer spreekt hij zachtjes maar goed verstaanbaar de titel van deze column uit.
 

Ps Dit is het honderdste stukje dat ik op deze plek publiceer en daar past enige zelfspot bij.
Op de foto ziet u de oude muis die al jaren bij mij op de plaats woont en regelmatig snoept van het vogelvoer.

 

Deel dit artikel