16 december 2019

Opstand in het zuiden

Beroep: Onderwijs | Aflevering 4.15

COLUMN | ‘1969, opstand in het zuiden’, is een onfatsoenlijk dik boek over de bezetting van de hogeschool in Tilburg, maar ondanks zijn omvang is het niet volledig: ome Toon staat er niet in! Ik zal die lacune hier opvullen.   
De jaren ’60 braken in Tilburg spectaculair door met de bezetting van de Katholieke Hogeschool, die fluks omgedoopt werd tot Karl Marx-universiteit (en zo werd het ene geloof moeiteloos ingeruild voor het andere). Dat hakte er in, in de rustige, KVP-provinciestad die Tilburg toen was en waar veruit de meeste mensen nog niet eens een auto bezaten – mijn vader had een bromfiets, dat was al wat.

Een auto was toen nog een imponerend en voor de meesten onbereikbaar bezit maar ome Toon, de oudste broer van mijn vader, rééd in elk geval in een auto: hij was taxichauffeur. Dat concept ontging mij toen, ik snapte gewoon niet hoe dat zat, een auto die niet van jou was maar waar je wel in reed, maar ik mocht wel eens meerijden in die grote, zwarte Mercedes want ik was tenslotte zijn petekind.

Toen werd de hogeschool bezet en kwam de minister van onderwijs naar Tilburg – met de trein. Hij pakte op het station een taxi naar de Karl Marx-Universiteit. In het 8 uur-journaal van die avond zagen en vooral: hoorden we, zijn commentaar:
‘Nou, ik was wel nieuwsgierig naar wat de gewone Tilburgse mensen nu van die bezetting vonden dus ik heb het maar eens aan de taxichauffeur gevraagd en die zei het zijn verwende snotjongens ze moesten allemaal een trap onder hun achterste krijgen, nu kunnen ze studeren en dan gaan ze rotzooi trappen.’

De taxichauffeur die hij citeerde, jawel, dat was onze ome Toon! Het gonsde door de hele familie dat de minister ome Toon geciteerd had (maar niemand bij ons zei natuurlijk: ‘geciteerd’) En correct ook, volgens ome Toon: Dè is pursies wè’k gezegd heb want ut is tog zô!’

> Vorige column: Virtueel of ‘the real world’?

Deel dit artikel