23 april 2019

Historische mijlpaal: het einde van de Bapo

UTRECHT | ACHTERGROND | Het hing al lang boven de markt dat de Bapo op zijn eind liep, maar de vakbonden probeerden in naam van hun leden hun huid zo duur mogelijk te verkopen. En gelijk hebben ze.  Nu is het zover, in de nieuwe cao’s voor primair en voortgezet onderwijs en mbo wordt de Bapo per 1 augustus officieel ten grave gedragen. Weliswaar met overgangsregelingen voor personeel met bestaande rechten, maar toch. Dat geldt ook voor de eigen Bapovariant van OMO, de Senioren Regeling.

Het opheffen van de Bapo (Bevordering arbeidsparticipatie ouderen) is een historische mijlpaal, want het was een van de kroonjuwelen van de vakbonden in het onderwijs. Eind jaren negentig – tijdens het bewind van minister van Onderwijs Jo Ritzen – is de regeling ingevoerd. Daar waren twee redenen voor. Ouderen kregen meer uren verlof, zodat ze in staat waren om hun pensioen te halen, zonder te bezwijken onder de druk van het werk. En die verlofuren zouden dan bovendien gevuld kunnen worden door jonge leerkrachten die anders thuis werkloos op de bank zaten.

De Bapo was populair omdat het oudere personeel op een financieel aantrekkelijke manier kon sparen voor extra verlof, dat bovendien tamelijk flexibel kon worden opgenomen. Het enthousiasme bij de werkgevers nam echter gestaag af. Toepassing van de Bapo gaf organisatorische problemen; het was lastig om de roosters rond te krijgen. Maar meer nog hikten de werkgevers aan tegen de oplopende kosten, zij zagen de Bapo als een financiële molensteen.

Pikant
Lang leken de vakbonden dit verworven recht overeind te kunnen houden, maar uiteindelijk was er geen ontkomen aan. Pikant is wel dat het verdwijnen van de Bapo komt op een moment dat de vakcentrales pleiten voor herinvoering van de werktijdverkorting, dat andere kroonjuweel uit de jaren tachtig.

Dat de Bapo vervalt, wil overigens niet zeggen dat het idee erachter helemaal uit beeld is. Want in de nieuwe cao’s zijn er nieuwe (verlof)regelingen opgenomen om het vak duurzaam te kunnen blijven uitoefenen. Die regelingen gelden voor jong én oud. Dat verlof kan bijvoorbeeld ingezet worden voor studie of recuperatie (op adem komen). Daarnaast is er voor 57-plussers een ruimere regeling die hen in staat moet stellen om met het klimmen jaren der jaren aan de slag te blijven. Meer algemeen ligt er in de nieuwe cao’s veel nadruk op professionalisering.

Een kleine mijlpaal is ook dat er een einde is gekomen aan de langdurige nullijn in het onderwijs, het gevolg van overheidsbezuinigingen. De nieuwe cao’s bevatten voor het eerst sinds jaren (po sinds 2009) weer een – bescheiden – structurele loonsverhoging van 1,2 % (po en vo).

> Meer informatie:
Het cao-akkoord in het po
Het cao-akkoord in het vo
Het cao-akkoord van OMO
Het cao-akkoord in het mbo

 

 

Deel dit artikel